Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
vooral in de noordelyke kleistreken, hoe langer zoo rijker
wordt.
Op ongeveer 60 vierkante mylen of 327500 bunders leven
305000 inwoners in ongeveer 58000 huizen; nog slechts één-
veertiende ligt ongebruikt en kwalyk één-veertigste is met
bosch beplant, meestal in het voormalig kwartier van Ze-
venwolden , zoodat het noorden en westen onafgebroken vér-
gezichten aanbiedt. Het grootst gedeelte van Friesland be-
staat uit ryke kleigronden, in het noorden bouwland,
in het westen wei- en hooiland, naar het zuidoosten in veen-
en zandgronden overgaande en daar talrijke nieren en veen-
plassen bevattend. Voor een goed deel ligt de bodem zeer
laag, en daar duinen ontbreken is de geheele provincie aan
de zeezijde door dijken omgord , welke vooral langs de west-
kust buitengemeen sterk zijn gemaakt, omdat hier het gevaar
bij westelijke stormen grooter is dan aan de door ondiepe
Wadden begrensde noordkust, alwaar veel land wordt aange-
wonnen, en een dam Ameland met de vaste kust verbindt,
ten einde door de aanslibbing op groote schaal bebouwbaren
grond aan te winnen.
§ 92. Van de bevolking is 90% protestantsch, 9% roomsch-
katholiek en W^ israëlietisch; het onderwys is algemeen en
vooral in Leeuwarden, Sneek, Harlingen en Dokkum Avordt
bijzondere zorg gedragen om in alle eisclien te voorzien. Als
men den kostelyken grond van het grootst gedeelte der
provincie in aanmerking neemt, zou men meenen dat alge-
meene welvaart onvermydelijk is, en evenwel is dit niet
zoo onvoorwaardelyk het geval; het meereudeel der landeryen
is het eigendom van groote grondbezitters, die veelal bg
openbare verpachting die gronden aan den ineestbiedenden
huurder (gewoonlijk voor 5 of 7 jaren) afstaan; zij trekken
er dus de grootste voordeelen van, en de landbouwer zelf is
meer afhankelyk van goede oogsten en goede marktprijzen; een
ander niet onbelangrijk gedeelte is in zulke kleine brokstuk-
ken verdeeld, dat velen dier kleine boeren er zelfs geen koe
op kunnen nahouden en 's winters armlastig worden; in geen
gewest is de armenbelasting dan ook zoo drukkend als in
Friesland. Toch is dé Fries, ryk of arm, nog onverbas-
terd : vastheid van karakter, liefde voor vryheid en gehecht-
heid aan den geboortegrond, paren zich nog als van ouds