Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
he id; de hoofdstad is nog altgd het ware centrum der
provincie, daar vereenigen zich de belangen der meeste be-
woners, het handelsvertier is er het aanzienlijkst; de acade-
mie en velerlei andere instellingen geven haar ook in het
wetenschappelgk opzicht overwicht; alle belangrijke kanalen
en vaarwaters en de meeste wegen vereenigen er zich.
a) Landbouw. Deze bloeit hier nog krachtiger dan elders
in Nederland, gedeeltelijk een gevolg van den rijken bodem,
voorts van de uitmuntende zorgen aan de bewerking van den
grond besteed, eindelijk van het eigenaardig provinciaal ge-
bruik, het zoogenaamd beklemrecht*); kenners uit alle oor-
den van Europa verklaren, dat nauwlgks in het beroemde
Lombardije en het niet minder gunstig bekende Land van
Waes (in Oost-Vlaanderen) de wedergade van zulk eene r g k e
productie wordt gevonden als Groningen oplevert, maar
dat ook de moeite, welke de landbouwer zich getróóst, die uit-
komst verdient. Waar zal men zich zooals daar den arbeid
getroosten om den nog niet uitgeputten, een meter diep liggen-
den ondergrond naar de oppervlakte te werken; men noemt
dat kleidelven. Waar is de draineering der landen, de rijen-
teelt, de zorgvuldige wieding der akkers meer in zwang dan
in Groningen, alwaar ook zeker in verhouding der overige ge-
westen de meeste landbouwwerktuigen van nieuwe vinding
in gebruik zgn. Het is de eenige provincie van ons land
waar het bouwland het weiland in bundertal overtreft (met
één-vijfde). De belangrijkste oogsten zijn die van haver,
koolzaad , garst, tarwe, rogge, aardappelen , boekweit en
erwten en boonen; door een oordeelkundige afwisseling der
verbouwde gewassen verdwijnt het braakliggen byna geheel.
Slechts ruim een half percent van den bodem is aan hout-
teelt gewyd. De warmoezier derijen zijn er niet belang-
rijk, en de ooftteelt is ook nog niet algemeen in aanzien
bij de landbouwers.
*) Het beklemrecht, eene soort tan niet vervallende pacht, is het recht om
eece zekere uitgestrektheid land tegen betaling eener jaar]ij^:sche rente , die de
eigenaar nimmer kan veihooaen, in gebrnik te uemen en wel met recht van erf-
latini! op dezelfde voorwaarden, mits de beklemde meier den eigenaar eene vooraf
bepaalde vergoeding betaalt, indien de erflating op eene zijlinie overgaat, en mits
het landgoed nimmer ges).liist wordt. De zekerheid van zelf (of de erfgenamen)
de vruchten te plnkken vun al hctïcm mtn aan het land ten koste legt, noopt
de Groninïsche boer tot het aanwenden von moeiten ea kosten, ivell;e geen ander
zich getroost, wannet-r hij minder 2eker van een ongestoorde \ooitdurende pacht is.