Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ELF PROVINCIËN.
I. GROXIXGEN.
§ 86. Yan ouds bekend onder den naam van Friesland
beoosten de Lanwers of Klein-Friesland, is Gronin-
gen eerst in 1536 als Heerlijkheid ingelijfd bij het Rgk van
Karei V, den eersten Vorst, die alle Nederlandsche gewesten
onder zijn schepter vereenigde; als Groningen en Ommelan-
den in 1579 tot de Unie te Utrecht toegetreden , bevat het de
volgende historische bestanddeelen: de Stad Groningen, — de
Ommelanden, bestaande uit het Goorecht, het Woud-Oldambt
en het Klei-Oldambt, — het rechtsgebied der Stad, als
Hunsingo, Fivelgo met Appingedam en Delfzgl, en het Wes-
ter-kwartier, — Westerwolde of Wedde, vroeger als Heer-
Igkheid aan de Stad Groningen behoorende, — en het eiland
Rottum. De tegenwoordige provincie bevat ééne stad en 56
gemeenten ten plattelande en is verdeeld in drie gerechte-
lijke Arrondissementen en zeven kantons: Arrt. Groningen,
met de kantons Groningen, Hoogezand en Zuidhorn; Arrt.
Appingedam, met de k. Appingedam en Onderdendam;
Arrt. Winschoten, met de k. Winschoten en Zuidbroek.
De provincie wordt begrensd ten noorden door de Noord-
zee en de Groninger Wadden, die vastland en eilanden schei-
den, ten oosten door den Dollart en het koninkrgk Pruisen (pro-
vincie Hannover), ten zuiden door Drenthe, en ten westen door
Friesland en de Lauwerszee; derhalve is zij de noordoostelijkste
van de Nederlandsche provinciën. Bodem, stroomende wateren
en kanalen werden in het algemeen gedeelte beschreven; aan
de wegen is in de laatste jaren veel ten koste gelegd, de zand-
en veenstreken in het zuid-oosten en zuid-westen zijn tegen-
woordig nog het minst met kunstwegen doorsneden.
Op 42 vierkante geogr. mijlen of 230000 bunders wonen
230000 inwoners in 37000 woonhuizen; nog slechts één-achtste
ligt ongebruikt en de geringe uitgestrektheid der boschgronden
7