Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
en de daaraan onderhoorige bisdommen van Haarlem,
's Bosch, Breda en Roermond, ieder in verschillende
dekenaten afgedeeld.
§ 80. Lang vóórdat de meeste andere natiën er op bedacht
waren, had Nederland het volks-onderwijs geregeld;
men begreep dat ieder mensch met eigen oogen moet kun-
nen zien, op eigen beenen moet kunnen staan, om een
onafhankelijk standpunt in de maatschappij te kunnen bewa-
ren, en daartoe moet in de eerste plaats onderricht die-
nen. Het is de taak van het lager onderwijs daarin te
voorzien, en dat is derhalve algemeen toegankelijk gemaakt,
door de volksscholen voor de mindere standen kosteloos open
te stellen; lezen, schrijven, rekenen en eenige beginselen
van natuurkennis, geschiedenis en aardrijkskunde kan dus
ieder kind leeren, zoodat men veilig tot het besluit kan ko-
men, dat volslagen onkunde het gevolg is van eigen
schuld, hetzij van de ouders, hetzij van het kind; die ver-
waarloozing van eigen belangen verdwijnt evenwel slechts
langzamerhand en dat in het eene gewest meer prijs op on-
derricht wordt gesteld dan in het andere, blijkt uit de cyferSf
die aantoonen dat bijna een-zevende der bevolking van Ne-
derland ter SC hole gaat, doch de verhouding in Noord-
brabant en Utrecht veel ongunstiger is dan in Over-
ijsel, Drenthe en Groningen; het schgnt dat vooral
het schoolgaan bij de meisjes nogal te wenschen overlaat.
Het lager onderwijs wordt op allerlei wijzen bevorderd: dui-
zende kinderen worden op bewaarscholen voorbereid; een
aantal partikuliere onderwijzers wedijveren met de gemeente-
inrichtingen en zorgen voor het verschaffen van meer uitge-
breid lager onderwijs; afzonderlijke ambachtscholen, handwerk-
scholen, teekenscholen, zangscholen en gymnastiekscholen
werken de ontwikkeling in velerlei richtingen in de hand, en
duizenden, wier opleiding is verwaarloosd, vinden op zondags-
en herhalingscholen gelegenheid tot het bekomen van onderwijs,
§81. Het middelbaar onderwij s is eigenlijk eene voort-
zetting van het meer uitgebreid lager onderwijs; ruim honderd
inrichtingen vormen tegenv>roordig de jongelieden op eene wijze,
die hen in de gelegenheid stelt bij hun intreden in de maat-
schappij met eenige kennis van zaken hunne keus te bepalen
op het vak, waartoe zij de meeste geschiktheid bezitten. Eene