Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
gezin behoort de regeering den huisvader te evenaren, maar
in ééne hoofdzaak verschillen beide stellig: terwijl het hoofd
des gezins steeds moet zorgen dat zijne behoeften en der-
halve zijne uitgaven nimmer zijne inkomsten overschrijden,
is het bestuur van den Staat daarentegen verplicht, in de
eerste plaats de behoeften te raadplegen, de
eischen der bronnen van welvaart, der middelen van be-
staan en der instellingen welke de opleiding en ontwikkeling
van het volk beoogen, der defensie en eener goede rechts-
bedeeling te overwegen en in verhouding daarvan de inkom-
sten te regelen. Om in al die noodzakelijke behoeften te voorzien,
wier belangrgkheid hoofdzakelijk afhangt van de meerdere of
mindere zorgen, welke de regeering voor het welzijn van het
algemeen draagt, en die ook voor een belangryk deel ont-
staan uit renten en aflossingen van vroeger door den Staat
gemaakte schulden, worden belastingen geheven, hetzij
rechtstreeks op de bezittingen, uitgaven, inkomsten en per-
sonen (direkte belastingen), — of op voorwerpen van gebruik,
eigendomsovergangen en erflatingen (accijnsen, zegels, regis-
tratie- en successierechten), — of als invoerrechten, tol-
len, brievenposterij, of op zoodanige andere wyze als het
meest in overeenstemming 'is met de gewoonten en eigen-
aardigheden der bevolking. De begrooting der inkomsten en
der uitgaven wordt het budget genoemd.
§ 77. In tijden van gevaar, als buitenlandsche vijanden
dreigen, is de handhaving der onafhankelijkheid van den Staat
en de beveiliging van het grondgebied een der eerste plich-
ten van den ingezeten. De Koning zorgt dat er ten allen
tijde eene toereikende land- en zeemacht wordt onder-
houden, om naar omstandigheden in of buiten Europa te
dienen; bij gebrek aan genoegzame vrijwilligers om in
dien dienst te voorzien, wordt het staande leger, de natio-
nale militie, voltallig gemaakt door loting uit de man-
nelijke ingezetenen, die hun 20ste jaar zijn ingetreden en
in vredestijd na vijfjarigen dienst worden ontslagen, doch in
buitengewone omstandigheden tot längeren dienst kunnen
verplicht worden; voorzooveel het aantal vrijwilligers ge-
doogt, wordt de lichting van het loopend jaar slechts eenige
maanden onder de wapenen gehouden, terwyl een gedeelte
van de militie voor den zeedienst wordt bestemd. In de
gemeenten zijn buitendien schutterijen aanwezig, die in