Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZEELAND.
Grenzen. Zeeland wordt ten N. door de Grevelingen; de Kram-
mer en het Volkerak van Zuid-Holland afgescheiden; ten 0.
grenst het aan Noord-Brabant en België; ten Z. aan België
(Oost- en West-Vlaanderen); ten W. aan de Noordzee.
Grootte. Deze provincie beslaat eene oppervlakte van
165.707 H. A. of 30,2 Dgeogr.mijl. De grootste b r e e d t e be-
draagt zoo wel als de grootste lengte ongeveer 11 uren gaans.
Naamsoorsprong. Zeeland heeft zijn naam ontleend aan de
zee, die het bijna van alle zijden bespoelt.
Wapen. Het wapen bestaat uit een gouden veld, waarop een
keelen leeuw met blauwen tong en klauwen staat. Hij is
der zee wel ontzwommen, en op vasten grond, maar staat
toch nog in de golven. Die golven, zes in getal, zijn van zil-
ver en lazuur. Het devies is: Luctor et Emergo. (Ik worstel
en ontzwem.)
Luchtsgesteldheld. Het klimaat is in deze provincie zeer ver-
anderlijk; op een warmen zomerdag volgt dikwijls een koude
avond, en dien ten gevolge zijn hier meerdere voorzorgen noo-
dig dan in de landprovinciën. Het wordt echter ten onrechte
voor ongezond gehouden; men vindt hier toch even zoowel
menschen, die een hoogen ouderdom bereikt hebben als el-
ders. De Zeeuwsche koorts is voor vreemdelingen gevaarljjk.
Grondsgesteldheid. Zeelands grond is even als die der meeste
provinciën laag en vlak; langs de kusten der Noordzee heeft
men duinen, en waar deze worden gemist, zooals op de west-
kust van Walcheren en van Schouwen zijn dijken aangelegd.
Zoo is ook het land tegen inbraak der rivieren door d ij k e n
beschermd, en wel ter lengte van 100 uren. Op de eilanden
wordt overal zware kleigrond aangetroffen, die wel moeielijk
te bewerken, maar uiterst vruchtbaar is. Op enkele plaatsen,
in Zeeuwsch-Vlaanderen, bestaat de grond uit zand. Bijna
overal bevindt zich onder den klei- of zandgrond eene der-
rielaag, welke uit veen bestaat, en aantoont hoe groote en
geweldige omkeeringen in de vroegere eeuwen hier moeten
zijn voorgevallen. Nog geen '/« gedeelte van den bodem ligt
ongebruikt.