Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
uren gaans; hare oppervlakte 9.281.571 □ geogr. mijlenen
haar inhoud 2.658.936.730 kub. mijlen.
Tot het leeren der aardrijkskunde bedient men zich van
eene aardglobe en van aardrijkskundige kaarten.
Eene aardglobe is een kunstig beweegbare bol, waarop
het geheele oppervlak der aarde is afgebeeld.
Op dezen bol zijn groote en kleine cirkels getrokken.
Tot de eersten, die de aarde in twee gelijke deelen snijden,
behooren:
de Linie, Equator, Evenaar of Evennachtslijn, die op
gelijken afstand van de beide polen getrokken wordt;
de Meridianen of middagcirkels die van Pool tot Pool
getrokken worden, rechthoekig op het vlak van den Evenaar;
De Ecliptica of Zons weg, die den Evenaar onder een
hoek van 23° 30' snijdt.
De afstand eener plaats van den Evenaar noemt men
Breedte; men onderscheidt dus Noorder- en Zuiderbreedte.
De afstand eener plaats van den eersten meridiaan (Ferro,
Greenwich, Parijs) noemt men Lengte; men onderscheidt dus
Ooster- en Westerlengte.
De kleine cirkels, die de aarde in twee ongelijke deelen
snijden, zijn: de Kreeftskeerkring, de Steenboks-
keerkring, de Parallellen en de Poolcirkels.
Aardrijkskundige kaarten zijn afteekeningen van het
oppervlak der aarde of van eenig deel daarvan op een plat vlak.
De aardrijkskundige kaarten, ook wel landkaarten genoemd,
verdeelt men in wereldkaarten, algemeene en bijzon-
dere kaarten.
Op eene wereldkaart wordt het geheele oppervlak der
aarde meestal in twee halfronden voorgesteld; op eene alge-
meene een der werelddeelen, zooals Europa; op eene b ij z o n-
dere eenig land of gewest. De kaarten van Frankrijk, van
Gelderland, enz. zijn dus bijzondere kaarten.
De onderlinge ligging der verschillende landen wordt dik-
wijls aangeduid door de vier hoofd-windstreken.
Deze worden ook wel hemelstreken genoemd en zijn: het
Noorden, het Oosten, het Zuiden en het Westen.
Wanneer men zich juist op den middag (ten 12 ure) recht
tegenover de zon plaatst, heeft men het Zuiden vóór, het
Noorden achter zich, het Oosten aan de linker- en het Wes-
ten aan de rechterhand.
Op de aardrijkskundige kaarten heeft men gewoonlijk het
Noorden aan het boven-, het Zuiden aan het benedeneinde,
het Oosten aan de rechter- en het Westen aan de linkerzijde
van de kaart.