Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Voortbrengselen. Uit het dierenrijk: rundvee, goede paar-
den , die naar het buitenland worden vervoerd, schapen, var-
kens , ezels, geiten, herten, reeën, hazen, konijnen, eekhorens,
egels; gevogelte; slangen en adders; steur, snoek, paling,
en langs de kusten kabeljauw, schelvisch, haring. Uit het
plantenrijk: rogge, tarwe, boekweit, haver, garst, kool-
en hennepzaad, aardappelen, wortelen, peulvruchten, tabak,
boom- en tuinvruchten. Uit het delfstoffenrijk: turf
leem, zand, ijzererts, keisteen, grind.
Bevolking. Deze provincie heeft 436.908 inwoners. De dicht-
heid der bevolking bedraagt 4.708 per □ geogr. mijl.
Middelen van bestaan. De landbouw is hier het hoofdmiddel
van bestaan en vooral in de Betuwe en tusschen Maas en Waal;
tabak wordt op de Veluwe en in de Betuwe geplant. De paar-
den- en rundveefokkerij bloeien vooral in de Betuwe; schapen,
varkens, geiten en ezels worden meer op de Veluwe aange-
fokt. Hoenders en ganzen worden veel om de eieren aange-
houden; ook is de bijenteelt op de Veluwe vrij aanzienlek.
Ambachts- en fabrieksnijverheid bloeien op sommige
plaatsen. De steen- en pannebakkerijen staan boven aan (in
61 gemeenten); dan volgen de papierfabrieken (30), de bier-
broviwerijen (in 22 gemeenten) ijzergieterijen, klompenmake-
rijen (een paar honderd); calicotweverijen (in 20 gemeenten),
meer dan 100 houtzaag-, koren en oliemolens; 10 gasfabrieken
en 75 stoomwerktuigen (in 40 gemeenten). De handel is
meest expeditiehandel op Duitschland.
Zee: de Zuiderzee.
Meren: het Uddeler- en Wielermeer.
Rivieren. De Rijn, de Waal, deLek, de Maas; zie bladz.
18 en 19.
De IJ s e 1 (Geldersche) ontspringt in het Munstersche, komt
bij Gendringen in ons land, stroomt langs Terborg voorbij
Doetinchem naar Doesburg, vereenigt zich daar met de Dru-
susgracht of den Rijn, ontvangt bij Bronkhorst de Vor-
de nsche beek, bij Zutfen de Berkei, bij Deventer de
Schipbeek, bij Hattem de Grift, verdeelt zich by IJsel-
muiden in verschillende takken, die het Kampereiland inslui-
ten en door aanslibbing voortdurend nieuwe eilandjes doen
ontstaan; de zuidelijkste tak heet het Rechterdiep en valt door
de Ketel of het Keteldiep in de Zuiderzee; uit het Rechter-
diep ontstaat het Noorderdiep, terwijl de N. tak, of de IJsel
zich in het Ganzediep en de Goot splitst en in het Zwolsche
diep valt.
De Vordensche beek ontspringt in Munster, loopt langs
Lichtenvoorde en valt bij Bronkhorst in den IJsel.