Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Oostermoersclie-, Barger-, Hoogeveensclie en Smildervenen. De
meeste afgegravene hooge venen zijn in bouw- en weilanden
herschapen en tegenwoordig is nog ongeveer | gedeelte der pro-
vincie woeste grond. De uitgestrekte heiden dienen tot af-
weiding voor schapen. Op enkele plaatsen zijn bosschen.
Voortbrengselen. Uit het dierenrijk: paarden, die vooral
naar Groningen worden uitgevoerd, runderen, schapen, geiten,
varkens, hazen, konijnen, vossen, egels, bunsings; slangen,
adders; hoenders, duiven, korhoenders, snippen; baars, snoek,
aal; honig en was. Uit het plantenrijk: rogge, boekweit,
gerst, haver, cichorei, aardappelen, vlas, hop, klaver, spurrie
eiken, linden, elzen, dennen. Uit het D elf stoff enrg k: turf*
oer, onderscheidene steensoorten.
Bevolking. Deze bedraagt 107.597 inwoners. De dichtheid
der bevolking bedraagt dus 1.842 per □ geogr. mijl.
Middelen van bestaan. De hoofdbezigheid is in de hoogere
streken de landbouw, in de lagere de veeteelt. Vooral
wordt er veel rogge verbouwd; hop slechts in de gemeente
Peize. De bgenteelt wordt in het N. O. door velen uitge-
oefend. Handel, scheepvaart en fabrieken worden hier veel
minder dan in andere provinciën gevonden; alleen Meppel
bezit vrij wat handel, terwijl Hoogeveen veel scheepvaart
heeft, zoodat daar en te Meppel 19 scheepstimmerwerven
aangetroffen worden. Assen en Anlo zijn de eeuige plaatsen,
die stoomfabrieken bezitten. De veenderij is het hoofd-
middel van bestaan in het Z. en Z. O.
Meren. Het Zuid-Laarder-, het Leekster- liggen in het N.;
het Berger- iu het O. en het Zwarte meer in het midden dezer
provincie.
Rivieren. De Hunse en het Hoornsche diep. Zie bl. 25.
De Havelter Aa ontstaat bij Beilen uit eenige beekjes.
Zij ontvangt ten N. van Meppel de Wold-Aa, met de
Ruin er-Aa, die in de Echtervenen bij Peize ontspringt,
vloeit samen met de Reest en vormt het Meppelerdiep,
dat bij Zwartsluis in het Zwarte Water valt.
De Reest ontstaat in de Echtervenen, vereenigt zich
met de Lutterbeek en vormt de grensscheiding tusschen
Drenthe en Overijsel.
De Mussel-Aa komt als het Valtherdiep uit de Barger-
venen, besproeit de oostelijke grenzen van Drenthe, vereenigt
zich in Groningen met de Onstwedder-Aa en vormt met
de Ruiten-Aa de Westwoldinger-Aa.
Het Roonder of Peizer diep, in het N. der provincie
uit het Esmeer ontstaande, ontlast zich in de vaart naar
Stroobos.