Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
plaats liavei- en koolzaad, verder tarwe, garst, rogge, boek-
weit, tuin- en paardeboonen, cichorei, aardappelen, most-
aard- en vogelzaad, gras en weinig hout. TJit het delfstof-
fen rijk: veel turf, leem, klei en steenen.
Bevolking. De bevolking bedraagt 231.081 zielen, dus ge-
middeld 5.419 per □ geogr. mijl.
Middelen van bestaan. De inwoners dezer provincie behooren
met uitzondering van die der hoofdplaats meest tot den lan-
delijken stand. De landbouw is in bloeienden staat; de
veeteelt is mede een hoofdmiddel van bestaan. In 32 ge-
meenten houdt men zich bezig met turfgraven. De vis-
scherij op de binnenwateren is minder belangrijk; buiten-
gaats wordt zij door 5 plaatsen gedreven; op de oester- en
robbevangst leggen zich slechts 2 plaatsen toe. Aanzienlijk is
de handel, zoowel binnen- als buitenslands, en als gevolg
daarvan bloeit hier scheepvaart en scheepsbouw. Op
22 plaatsen en wél op 100 werven worden zee- en binnen-
schepen gebouwd; in 1862 o. a. 83 zeeschepen met 6.200 las-
ten inhoud. 942 Zeeschepen behooren in deze provincie tehuis;
zij maken ruim 49 pCt. uit van de geheele Nederlandsche
koopvaardijvloot. Ook de fabrieksnijverheid staat opvrij
hoogen trap. In 18 gemeenten treft men 43 stoommachines
aan van 475 paardekrachten, behalve de vele (359) molens, kalk-
branderijen, looierijen, smederijen, bierbrouwerijen, steen- en
pannebakkerijen, touwslagergen, cichoreibranderijen.
Wateren. De Wadden, ten N. van Groningen, verdeeld in
Groninger en Uithuizer Wadden, de mond van de Eems, de
Dollart en de Lauwerzee.
De Lauwerzee is een ondiepe golf der Noordzee tusschen
Groningen en Friesland.
De Dollart is door verschillende doorbraken der Eems
ontstaan; 44 dorpen en gehuchten en de stad Torum zijn
verzwolgen (1277).
Meren. Het Leekster-, Zuidlaarder-, Foxholster-, Schild- en
Hoeksmeer.
Rivieren. De H u n s e ontstaat onder den naam van Drentsch
Diep op het Ellersveld bg Valthe in Drenthe, wordt bij Gas-
selte-Nijveen bevaarbaar, stroomt door het Zuid-Laardermeer
in Groningen, neemt dan den naam van Sc hui ten diep aan,
en na zich bij Groningen met het Hoornsche diep vereenigd
te hebben, vormt zij het Reitdiep, dat voor aanzienlijke
schepen bevaarbaar is, en bij Zoltkamp in de Lauwerzee valt.
De Drentsche Aa of het Hoornsche diep ontspringt ook
op het Ellersveld bij Borger en maakt voor een deel de grens-
scheiding tusschen Groningen en Drenthe uit.