Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
-de Middelrijn op den Luckmaniêr, de Achterrijn op
den Vogelsberg. Bij Keichenau zijn deze 3 takken tot
ééne rivier vereenigd, die onder den naam van Rgn
voorbij Chur stroomt, daar bevaarbaar wordt en de
grens tusschen Duitschland en Zwitserland begint te vor-
men. Bij Eheineck valt hij in het meer van Constanz
en verlaat dit bij Stein om vervolgens bij Schaffhausen een
waterval te vormen (65 M. breed en 24 M. hoog); loopt voorbij
Waldshut, waar de mond van den A a r zich bevindt, langs
Bazel, waar hij Zwitserland en meteen de westelijke rich-
ting verlaat, om noordwaarts scheiding tusschen Frankrijk
eener- en Duitsch-Elsass anderzijds te maken, stroomt voorbij
Straatsburg (m. van de 111.) tusschen Rijn-Beieren en Baden
langs Spiers, Mannheim (m. van de N eek er), door Hessen,
voorbij Worms, Maintz (m. van de Main), Bingen (m. van
de Nahe), door Nassau, do Pruisische Rijnprovincie,
langs de steden Coblentz (ra. van de Lahn en Moezel),
Bonn (m. van de Si eg), Keulen (m. van de Wüpper),
Duisburg, Ruhrort (m. van de Ruhr), Wezel (m. van de
Lippe), komt tusschen Elteu en Lobith in ons Land en
verdeelt zich daarna viermaal in 2 ariMn: a. bij Panner-
den, waar de hoofdarni Waal heet, en ae andere zijn naam
behoudt; b. bij Westervoort, waar de bijarm IJsel ge-
noemd wordt; c. bij Wijk bij Duurstede, waar de hoofd-
arm den naam van Lek krijgt en d. bij Utrecht waar de
bijarm de Vecht wordt geheeten. De Rijn (bij Lobith 670
M. breed) loopt door het Bijlandsche kanaal (1773) tot Pan-
nerden, dan door het Pannerdensche kanaal (1704) tot
Huissen, gaat voorbij Arnhem, Wageningen, Rhenen (m.
van de Grebbe) en Wijk bij Duurstede.
Vele zandplaten belemmeren hier de vaart.
Vandaar stroomt hij noordwestelijk tot Utrecht onder den
naam van Kromme Rijn en is alleen voor platboomde
schepen bevaarbaar. De Oude ofLeidsche Rijn vangt
bij Utrecht aan, gaat voorbij Woerden, Bodegraven, Zwam-
merdam. Alphen en Leiden en loopt door het kanaal
van Katwijk (1807) in de Noordzee. De Oude Rijn kan
alleen door kleine binnenschepen bevaren worden.
a. De W a a 1 is aan den bovenmond 407 M. breed, loopt
voorbij Nijmegen, Tiel, Rossum (761 el breed) en veree-
nigt zich bij Loevestein met de Maas, om dan gezamen-
lijk onder den naam van Merwede voort te stroomen.
b. De IJsel begint bij Westervoort en draagt tot Does-
burg den naam van Drusus-gracht, stroomt voorbij Zut-
fen, Deventer, Zalk (290 M. breed) naar Kampen,