Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
door 8.585 onderwgzers en 1.680 onderwijzeressen gegeven.
Krijgsmacht. Volgens de wet van 1861 bestaat het leger uit
vrgwilligers of uit Nationale Militie. De sterkte der
militie gaat 56.000 man niet te boven en wordt bij gebrek
aan vrijwilligers door loting uit de ingezetenen, welke 20 jaar
bereikt hebben, voltallig gemaakt. De dienst voor de land-
militie duurt 5, voor de zeemilitie 4 jaar.
De sterkte des legers in Augustus 1868 was 53926 man.
Ieder ingezetene is van zijn 25"® tot zijn 34'*® jaar dienst-
plichtig bij de schutterij, die weder in dienstdoende en rus-
tende is verdeeld. Zij telde in hetzelfde jaar 41.346 dienst-
doende en 68.933 rustende manschappen, 's Eijks zeemacht
bestond 1 Januarij 1869 uit 35 stoom- en 17 zeilschepen, te
zamen met 501 stukken; in aanbouw of buiten dienst waren
37 zoo gepantserde als ramtorenschepen en schroefstoombooten
enz. met 616 stukken.
Zeeën, Golven en zeegaten. De Noordzee, die door het Gat
van Texel, het Eierlandsche gat, het Vlie en het
Amelandsche gat met de Zuiderzee in verbinding staat.
Het deel der zee tusschen de provincie Groningen en Fries-
land en de eilanden ten N. daarvan heet de Wadden en de
inham tusschen Friesland en Groningen de Lauwerzee, ter-
wijl het deel oostwaarts van Groningen de Dollart genoemd
wordt. De monden van de Maas en Schelde worden ook als
zeegaten aangemerkt.
De Zuiderzee, door Friesland, Overijsel, Gelderland,
Utrecht en Noord-Holland ingesloten, was vroeger een klein
meer, Flevo of Vliemeer geheeten.
De deelen der Zuiderzee zijn: het Hoornsche hop,
de Goudzee, Het Val van Urk, het IJ, dat echter
drooggemaakt wordt, en het Zwolsche diep.
Rivieren. Deze worden onderscheiden in groote en kleine.
De groote rivieren zijn die, welke een langen loop hebben,
niet in ons land ontspringen en in zee uitmonden. Alleen van
dezen zal de loop hier opgegeven worden; de kleinere worden
bij de provincie behandeld.
De Hoofd stroomen zijn: Rijn, Maas, Schelde.
Allen zijn in ons land over hunne geheele lengte be-
vaarbaar. Het gering verval en de mindere snelheid, ge-
voegd bij den breeden mond en den geringen stroom ver-
oorloven op die rivieren, ook bij min gunstigen wind,
zoo op- als af te zeilen.
A. De Rjjn, 235 uren lang, ontstaat in het Zwitsersche Kan-
ton Grauwbunderland uit gletscherbeken, die aanvankelgk 3
takken vormen, als: de Voorrijn op den St. Gothard,