Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
oostelijkste Nieuwe Schans in Groningen, het westelijkste Sluis
in Zeeland. De afstand tusschen eerstgenoemde punten is
310 K. M., die tusschen beide laatsten 259'/j K. M.
Bevolking, Oorsprong, Taal en Godsdienst. Het resultaat der 10-
jarige volkstelling van 31 Dec. 1869 is nog niet bekend; de be-
volking bedroeg op 31 December 1868 3,628,468 zielen, waar-
van ruim 2 millioen de Protestantsche, ongeveer 1.400.000 de
Eoomsch-Katholieke en 70000 de Israëlietische godsdienst be-
leden. De gemiddelde dichtheid der bevolking is dus
6078 op één □ geogr. mijl.
De sterfte in de verschillende provinciën in 1868 was in
N. Holland 1 op 35,9 inw., in Z. Holland op 36,3, in Zee-
land op 36,6, in Overijsel op 39,4, in Utrecht op 40,7 in
Drenthe op 42,9, in N. Brabant op 43,1, in Gelderland op
43,9, in Friesland op 45,3, in Groningen op 46,6 en in Lim-
burg op 49,3. In de grootere gemeenten was zij als volgt: in
Amsterdam 1 op 39,25 inw.; in Eotterdam op 33,25; in
's Gravenhage op 37,93; in Utrecht op 39,22; in Leiden op
40,05; in Groningen op 37,67 enz.
De Nederlanders stammen af van de Franken en
Friezen en spreken deNederlandsche taal, eene zus-
ter van de Hoogduitsche en behoorende tot den Indo-Ger-
maanschen stam. Zij wordt verdeeld in 4 tongvallen of
dialecten: het H ollan d s ch (de schrijftaal), het Z eeuw sch ,
het Geldersch en het Priesch. Aan alle Kerkgenoot-
schappen wordt volgens de Grondwet gelijke bescherming
verleend. De belijders der verschillende godsdiensten genieten
gelijke rechten en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden
van ambten.
Luchts- en Grondsgesteldheid. DeLuchtsgesteldheid van
ons Vaderland is over het geheel zeer veranderlijk en niet
zelden guur. De nabijheid der zee en de vele rivieren zijn de
oorzaak hiervan. Men heeft hier over het algemeen geen
strenge winters, een kort en vochtig voorjaar, een schoonen,
korten zomer en een storm- en regenachtigen herfst. De hoo-
gere deelen des lands zijn zeer gezond, de lagere minder ge-
zond en koortsaanbrengend. Over het algemeen is de luchts-
gesteldheid zücht: de thermometer teekent gemiddeld 49"
F., 's zomers 62» en 's winters 36° F.
De B o d e m van ons land is over het algemeen laag en vlak; op
sommige plaatsen in Noord-Holland, b.v. de Haarlemmermeer-
polder , en in Friesland lager dan de zeewaterspiegel; zoodat men
dijken noodig heeft, om die landen voor overstrooming te beveili-
gen. Tot bolwerk tegen de zee dienen de duinen, (zandheuvels
van minder dan 60M.).In het midden en aan de oostelijke grenzen