Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
LIMBURG.
Grenzen. Limburg grenst ten N. aan Noord-Brabant en Gel-
derland; ten O. aan Pruisen; ten Z. aan de Belgische pro-
vincie Luik; ten W. aan Noord-Brabant en de Belgische
provincie Limburg.
Limburg verkreeg in 1839 als deel van den Duitschen Bond
den titel van Hertogdom; uit deze dubbele betrekking ont-
stonden velerlei moeilijkheden, tijdens de gebeurtenissen van
1848 in Duitschland en na de Grondwetherziening in ons Land
in 1849, maar vooral na den oorlog van 1866. Op de con-
ferentie te Londen in 1867 werd Limburg echter geheel van
zijne betrekking tot Duitschland losgemaakt.
Grootte. De oppervlakte dezer provincie bedraagt 220.551
H. A. of 40,2 □ geogr. mijl. Van het Noorden naar het
Zuiden is de breedte 24 uren gaans, van het Westen naar
het Oosten is de lengte.6 uren, op sommige plaatsen bedraagt
ze nog geen uur.
Naamsoorsprong. Deze provincie heet naar de stad van dien
naam, welke in Luik ligt. Geheel ten onrechte noemt men
haar zoo, daar bijna geen deel er van tot het Hertogdom
Limburg heeft behoord.
Lachtsgesteldheid. Deze is hier over het algemeen zacht, zuiver
en gezond, behalve in die streken, welke aan het moeras de
Peel grenzen, dat zich over een deel der provincie uit-
strekt.
Grondsgesteldheid. Over het geheel is da grond vlak. In het
Z. is hij heuvelachtig; daar eindigen de Ardennen in den
St. Pietersberg, IJzerenberg, Loesberg en Beukelberg, 120-210
M. hoog en vele boschrijke heuvels, die er een schoon land-
schap vormen. Aan de Maasoevers is de grond vruchtbaar;
in het Westen is een moeras, in het Noorden zijn heide-
velden, waaronder de Mookerheide. Nog bijna een derde van
den grond is woest, doch er zoude ongetwijfeld meer welvaart