Boekgegevens
Titel: The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: G. Portielje and son, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5559
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201063
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Vorige scan Volgende scanScanned page
1)1
nederzetten, near, nahij, trunk, tronk (stam), than he heard,
of flij hoorde, all of a sudden, eensklaps, at a distance, in de
verte, full of alarm, zeer verschrikt, to look round about every-
where, naar alle kanten rondkijken, herd, kudde, to have some
resemblance to, eenigermate overeenkomen met. hump, bult. felt
a great longing to eat, kreeg grooten trek naar. to taste, proe^
ven. roasted meat, gebraden vleesch. to endeavour, trachten (be-
proeven). to kill, dooden. for that purpose, met dat doel (daar-
toe). he went and stood np close to the tree, ging hij regt op
tegen den boom staan, to pass by , voorbij gaan. near enough,
digt genoeg, to knock down, neder te vellen, to suspect, "vermoe-
den. harm, kwaad, probably, waarschijnlijk, along, langs, hid,
verborgen, behind, achter, within his reach, onder zijn bereik.
so violent a blow, zulk een* hevigen slag, at once, terstond,
' XXII LES.
Bladz. 24. On the road, onderweg, to observe something else,
iets anders opmerken, lemontrees, citroenboomen. at the foot of
which, aan welker voet. were lying, lagen, to pick up, oprapen.
observed, lette op. with all speed, in aller ijl. to skin, te vilkn
(de huid afstroopen). to perform, doen. pebble, keisteen, knife,
mes. skin, huid. he foresaw, hij voorzag, to cut off, afsnijden.
hind quarter, achterbout, to roast, braden, to provide, zorgen.
to hew down, omhouwen.
Bladz. 25. Fir, den (dennenboom), bark, bast, sharp, scherp
(puntig), teethed, getande, stand, standaard, he drove them,
sloeg hij die. opposite to one another, tegenover elkander, put,
stak. venison, wild, afterwards, vervolgens, between, tusschen,
forks, vorken (gaffels, standaarden), now he wanted nothing
but, nu ontbrak hem me^s c?cm. melancholy, droefgeestig, pensive,
mijmerende, he leaned his head upon his hand, liet hij het hoofd
in de hand rusten, sighing deeply, t^ï'ep zuchtende, gazing at, aan
te kijken, to let there without being eaten, ongegeten te laten, to
become, worden, anxious, angstig, to get up quickly, snel op te
staan, to walk about, rondloopen. to breathe in, om in te ademen.