Boekgegevens
Titel: The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: G. Portielje and son, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5559
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201063
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
weg. fortunate, gelukkig, cocoanut-tree, kokosboom, bore, droeg.
to knock off, afslaan, triangular, drielioeUg.\i\%, groot, exterior
coat, buitenste omkleedsel, was composed, bestond, fibres, veze-
len. shell, schaal, tortoise, schildpad, might be, kon worden.
used, gebruikt, bowl, kom (bak, nap), kernei, kern. nourishing
juice, voedzaam sap. to taste, smaken, sweet, zoete, almond,
amandel, in the inside, van binnen, hollow, hoL nice, lekker.
meal, maal. empty, ledige, did not content itself, was niet te-
vreden. single, enkele, appetite, eetlust (smaak).
Bladz. 19. Overflowing with, overvloeijende van.
XVIII LES.
Bladz. 19. Satisfied, sufficient, voldoende (genoeg). that
He had made hini find, dat Hij hem.....had doen vinden.
to repair, terug keeren. cheerfulness, opgeruimdheid, to pickup,
oprapen, to make use of, gebruiken, instead of, in plaats van.
to ease, gemakkelijk maken, the stalk of which, waarvan de
stengel, fibres, vezels, nearly, bijna, to reflect, achtslaan. in-
different, onverschillig, he observed every thing, hij sloeg alles
gade. view, doel. in expectation, in de hoop, vegetable, plant.
he drew up, trok hij---- uit. to tie up, opbinden, bunch,
bundel, to steep, weeken. the thick exterior coat, het dikke
buitenste omkleedsel, moistened, dx)orweekt. spread, spreidde____
uit. hardly, naawvelijks. to brake, braken, to rub, wrijven, as
they do the flax, zoq als men het vlas doet. experiment, proef-
neming. to succeed, slagen, twine, garen, got, verkregen, close,
vast, ropemaker, touwslager, to twist, twijnen, wheel, rad.
thread, draad, to fasten, te binden, tool, werktuig, somewhat
like, eenigermate als.
Bladz. 20, Tree after tree, den eenen boom naast den andere.
to hedge around, omtuinen (omheinen), the whole of the small
spot, de geheele kleine plek. to intend, bestemmen, row, rij. pli-
able, buigbare, did not appear to him, scheen hem toe .... geen.
abode, verblijf, at a fathom^s distance, op een* vadem afstand, to
plait, doorvlechten, twig, tak (twijg), would have been required,
noodig zou zijn geweest, through it, er door heen.