Boekgegevens
Titel: The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: G. Portielje and son, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5559
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201063
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Vorige scan Volgende scanScanned page
407
to redouble, verdubbelen, blow, slag, to knock down, nedervel-
fen. spot, plaats, as yet, nog. about, omstreeks {ongeveer), stop-
ped full, bhef plotseling staan, then took to flight, nam toen dc
vlugt. turned round, keerde zich. or whether, dan of. unknown
being, onbekende wezen, conqueror, overwinnaar, called to him,
riep hem toe. to draw near, nader komen, evident, blijkbaar.
supplicating attitude, smeekende houding» mask, masker, smiled
upon him, zag hem glimlagchende aan. looked at him,
schouwde hem. sweet, zacht, countenance, gelaat (blik), dubious,
in twijfel, to prostrate one's self, zich nederwerpen. to kiss, kus-
sen. to assure, verzekeren.
Bladz. 51. Who rather wanted, die meer behoefte had aan.
to raise up, oprigten. by every means he could think of, door
alles wat hij bedenken kon. to convince, overtuigen, to expect,
verwachten, but, dan. kindness, vriendschap, affection, genegenheid.
XLIII LES.
Bladz. 51. Mortally wounded, doodelijk gewond, merely, en-
kel. stunned, bedwelmd, to pull up, uittrekken, to stanch,
stelpen, to point out, aanwijzen (doen opmerken), companion,
medgezel. to address, spreken, to comprehend, begrijpen. yoiQQ ^
stem, to sound, klinken, for several, sedert verscheidene, to ^ointf
wijzen, at the same, er op. motioned him, gaf hem te kennen.
mortal blow, doodelijke slag, to shed, storten, however, even-
wel. to kill, dooden. therefore, dus. to cut off, afslaan, with
a single stroke, met éénen slag, then he came back, toen kwam
hij terug, laugh, lach. satiated, bevredigde, revenge, wraak.
grimace, gebaar, contortions, sprongen, pale, bleek, vanquished,
overwonnen (verslagen), he was to take up, hij .... moest op-
nemen. they ought to bury, zij moesten begraven, should his
comrades come, indien zijne makkers kwamen, to search for, zoe-
ken naar. mogten (zouden), the least trace, het minste spoor.
Bladz. 52. To approve, goedkeuren, went to work, ging aan
het werk. they set off .... for, gingen zij .... op weg naar.
convenient situation, gemakkelijke inrigting. every thing, alles.