Boekgegevens
Titel: The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: G. Portielje and son, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5559
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201063
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   The history of Robinson Crusoe abridged: for the use of schools and private instruction
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
spin, spinnen, fast, sieyiy. javelin-, loerpspies. fishbone, graai.
to make a trial of, beproeven, calculated, berekend {geschikt).
for above, meer dan. to clear up, op te helderen, already past,
reeds voorbij, saw, zag. anew, op nieuw, to astonish, verbazen.
about all this, van dit alles.
XXXIII LES.
Bladz. 37. Again, weder, to view, overzien, immense, onme-
télijk {uitgestrekt), moistened, vochtig, languishing, kwijnend.
to nourish, koesteren, idle, ijdel. arising in, opkomende aan.
horizon, gezigteinder (/lonVon). imagination, verbeelding, to form,
maken, coming on, dat .... aankwam, to observe, bemerken.
mistake, vergissing, ran, vloeiden, down, langs, cheeks wangen.
Bladz. 38. Anxious, angstig, afraid, bevreesd, one time or
other, den een of anderen tijd. might pass by, mogt voorbij ko-
men, to throw anchor, voor anker komen, idea, plan, to erect, op-
rigten. signal, sein. promontory, voorgebergte, any vessel, een of
ander schip, that happened to pass by, dat daar mogt voorbij ko-
men. might be informed, kon worden ingelicht, fate, lot. consist-
ed of, bestond in. patch, pand. mosquito, mcskiet. worn out,
versleten, was .... plagued, werd .... geplaagd (gekweld), to
guard one's self, zich beveiligen, sting, steek, to consider, na-
denken. a long while, lang, upon this, hierover, to cut out, sneed
hij .... uit, thread, draad {garen), needle, naald, to sew with
om mede ie naaijm. holes, gaten, lace, rijgen, strip, strookji
(riempje), waistcoat, vest, a pair of breeches, eene broek, mask
masker, to cover, bedekken, against, tegen, to put on, aan
trekken (aandoen), inconvenient, ongemakkelijk, stiff, stijf, to
gall, schaven, nevertheless, evenwel, rather chose, wilde liever
to endure this, dit verduren, costume, kleeding (opschik, uit
monstering), strange, zonderling, hairy, harig, bunch, bundel
twice his length, tweemaal zoo lang als hij zelf. plaited twigs
gevlochten takken, lastly, eindelijk, basket, mand. rough, ruwe
pointed at the top, van boven puntig.
Bladz. 39. To refrain, zich onthouden, laughing, van to laugh,
lagchen. strange dress, zonderlinge kleeding (vreemde opschik).
7*