Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1813
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201033
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
OXSCHIKDBNIS.
65
. fcheepvaart, welke salomo tot
'rika en Europa uitbreidde. S4«»*'"
>Ju vond de kennis van den waren o 0 d
cherming en toejuiching; dezelve bloeide
er dan ooit; ieder vloeide naar den
chtigcn tempel, om den eerdienst van.
ho va te verrigten, ®f te befchouwen.
wijsheid had vele beminnaars, a g u r.
'Jlemucl zijn met roem bekend, en
'»alve samuël, die onder davids re-
■$ng ftierf, maakten zich ook nu na-
ÉAN en ABiA als Profeten kenbaar. —
fcholen bloeiden, het volksonderwijs
in hooge achting, en de Isracliten
ikten thans een naam onder de volken
"l wereld (♦).
'III. Na den dood van salomo kwam er ScHsa-
treurige verandering in den regerings-^..jjj
, , en hierdoor ook in den godsdienst en na dea
'i volksgeluk. Rehabeam , de zoon van dood v«a
|(iojio, had de onvoorzigtigheid, om , op
•aB van jonge onervarene hovelingen, laf-
'yleijers, een verzoek van een aanzienlijk
,e des volks, ter verligting van eenige
'i|stingen, af te flaan, en dezelve te ver-
3Den. Twee ftammen, ju da en ben-
li n , erkenden hem als koning, maar al
3verigen fielden jeroboam, een krijgs-
'^fte, tot hunnen koning aan, dien düs
^ grootfte gedeelte des lands in handen
M — Zoo kwamen er dus twéé rijken ten
orfchljn. Het ééne noe»de men het rijk
a Juda, deszelfs hoofdilad bleef Jerw
am, alwaar dus ook de oude godsdienst
« ftand hield, bij welken dc priesters
Ë 2ich
*) Spieukea en Fiedikir.