Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1813
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201033
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
• ÏSCHIEBKNIS.
6l
:n de Filiflijnen, Mtäbittn, Syriers, Edo- T d W«
' iten, Ammonittn en vele anderen, zoo
5 at hij her rijk' merkelijk vergrootte, en ' '
eszelfs grenzen tot Egypte en den Eu-
" ^aat uitbreidde.
' De brave d a v i d had ook zijne zwakke
" ijde: hij maakte zich aan zeer groot kwaad
:huldig, waarvan hij de onaangename ge-
volgen, op de treurigfte wijze, ondervond;
bder anderen , veroorzaakten Ibmmjge
' iijner kinderen hem veel verdriet, als a m-
^on en absalom, welke laatfte eenen
'ieweldigen opftand tegen zijnen vader on-
liernam; doch na eenigen tijd, werd dit
l^proer geftild , waar bij a b s a l o m , tot
JAVIDS fmart, het leven verloor.
In het laatst van zijn leven wierp a d o-
ïia zich, tegen des vaders zin, als koning
' ip, dit was, echter, van korten duur, daar
»avid hiertoe zijnen zoon salomo be-
iemd had; aan welken hij nog eenige be-
telen gaf, en kort daarna, in den ouder-
pm van zeventig jaren, ftierf ( ♦
IV. De verdienden van david waren Verfiea-
oot. Hij voerde uiet alleen de gelukkig-
:e oorlogen ter uitbreiding van zijn rijk;"*
aar bevorderde hierdoor ook eenen aan-
erkelijken bloei onder het volk- Hii verlier-
e Jeruzalem (welke t/ans de hoofdllad
an, het rijk werd) op ecne prachtige wijze,
jvaartoe hij zelfs bouwkundigen, kunste-
laars en bouwdoiFen uit Tijrus liet ko-
nen. — Hii bleef op den troon nederig,
*jai vergat zijne afkomst niet. — Gaarne
er-
; (*) 2 Sam. I-XXIV. i Kon. I, II.v!/l—u.