Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1813
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201033
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
oeschiedenis. is
i
daar nevens tot zijnen opvolger en algemeen j, j. w.
opperhoofd over het geheele volk den bra- asos—
ven j 0 s u a. — Nu klom mozes op den
berg Nebo, om van daar het fchoone Ka- h ®S47t
fiaan over te zien, en ftierf als in de na-
bijheid van den Hemel, oud geworden zijn-
de honderd en twintig jaren. — ïn het land
van Moäb begraven zijnde, heeft men ech-
ter zijn graf iii het vervolg niet geweten.
Mozes was ongetwijfeld een groot
i man: — behalve eén blijk van, in zijne
j betrekking onverfchoonlijk, wantrouwen,
bleef hij altijd deugdzaam en Godsdiens-
tig. — Hij wist met een taai geduld de ge-
durige ontevredenheid^ van zijn volk te
ftillen, — regeerde het met de grootfte
wijsheid. — Onderwezen in de diepfte
gronden der wijsheid van die tyden, — op
eene buitengewone wyze gemeenzaam met
de Godheid, bezat hij het vermogen, om
de bewonderenswaardigfte, op mensch en
volkskennis gegronde wetten te geven,
welke een duurzaam bewys van de voor-
treffelijkheid van dezen beroemden wetge-
ver zullen blijven. Als verzamelaar der
oudfte gedenkftukken, en niet minder als ^
gefchiedfchrijver zelve, heeft hij den groot-
ften lof en dank verdiend. — Zijn dichter-
liik vernuft muntede zeer uit, en in de wei-
ijj iiige overgeblevene dichtflukken van hem
tf heerscht eene'kracht van uitdrukking, die
" weinige dichters bezitten (*).
Vill. JosuA, het opperbevel en de re- verrlt-
I gering over het volk aanvaard hebbende, t'"««"*««
; zend terücnd verfpieders naar Kanaan;
wel- »»n JC*-
(♦) Deut. XXXIII-XXXIV.