Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1813
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201033
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
£4 B ÏJ B E L^ S C H E
j. d. w. veiligen. Daar hij zich weldra als een
»007— braaf man deed kennen, wilden de Kanaa-
(aframmelingen van cham) hem
gaarne een verblijfplaats onder hen ver-
gunnen
A gj II. A b r a h a M was een man , die het hcr-
HAvs Ie. dersleven leidde. Hij was braaf, en had
er^de" vertrouwen op god, dat hij vast
»«ed'ig-" geloofde, bij zijne vrouw, niettegenftaande
heid. deze reeds oud was, nog eenen zoon te
zullen verwekken, omdat god hem dit
beloofd had. Door het vermeerderen der
kudden kwam er twist tusfchen de be-
dienden van abraham en loth, over
de weideplaats. Abraham gaf aan l o t h
de keuze om te gaan, waar hij wilde. De
neef, minder edelmoedig dan de oom, koos
voor 'zich de beste flreek van Sodom, en a-
braham trok naar Hihron, offchoon het
daar zoo vruchtbaar niet was. Loth werd
echter, weldra, met de vorsten der ftreek,
waar hij zich tevond, gevangen genomen
en weggevoerd. Men oorloogde toen mee
andere wapenen, dan thans; flingerftee-
nen, boog, pijlen en zwaarden, waren de
meest gewone werktuigen, met dewelken
men elkander aanviel en zoc^t te dooden;
voorts nam men alles mede, wat op de over-
' wonnenen veroverd werd. Abraham
hoorde dit nanuwelijks, of hij trok uit,
en ontzette, met zijne manfchap, de vero-
verderr*, toonende bij deze gelegenheid zij-
ne edelmoedigheid , en werd door den
koning van Salem gegroet en geluk ge-
%^enscht (f).
ni.
(*) Gen. XI. vs. 2«. XII.
Ct) Gen.'XIII. XV.