Boekgegevens
Titel: Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Auteur: Verwey, Bernardus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1813
Maatschappij: Tot nut van 't algemeen
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201033
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der bijbelsche geschiedenis: een schoolboek voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
aïo TJIJBELSCHB
J. n c.g. dfrrijtingen, en reisde langzamcrheid Vi
plaats tot plaats voort, gedurende wella
I tijd, hij vele opmerkeipe dingen zeii
en daden uitvoerde. Onder anderen b
toonde hij zijne liefde jegens de kind<
tjes; genas allerlei ziekten; had eene aa
merkelijke ontmoeting te Jericho, met z|
cheus, en zoo naderde hij langzamerhai
Jeruzalem ( ♦ ).
Opwek- XIV. Eer hij nog in derzelver nabijh«
iing v«n ^ ontving hij eene boodfchap vm Beth
«"«eioi-» tïaar zijne beste vrienden woonde;
jen hier- bij dewelken hij meermalen zijn verblijf [
nomen had, dat lazarus doodelijk zi
was. Hij verhaastte in het eerfte zijne r
niet; maar na twee dagen zeide hij i
zijne leerlingen dat lazarus reeds |
ftorven was. Hij fpoedde toen voort,!
men vernam bij aijne aankomst, dat (j
waarlijk deze zijn vriend reeds vier da<
in het graf lag. Jezus herftelde nogtn
dezen dooden in het leven, waarbij
Ie Joden uit Jeruzalem tegenwoordig <
ren. Het geval hierdoor ruchtbaar gew
den zijnde, nam de raad een ernftig befl
om JEZUS te vatten, hetwelk hij voore«
rog verijdelde door zijn vertrek naart
ftad Efraïm r f )'. i
Verraad XV. Eeuige dagen vpor het Paaschfeej
van jc- ging hij echter naar Jeruzalem, en lefl
daar nog eens met kracht en nadruk; v
zettede zich tegen de dwalingen der il
iucein en Farifeën; zeide regt uit de wl
heid, en haalde zich dc volkomene bitterlii

Mark. VIII-X. Luc. IX. XIX.
Joh. XL