Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page

Veel droeg hiertoe bij de eigenaardige gesteldheid van
hun land, dat, uitmuntende door een heerlijk, noch tot
ruwheid stemmend, noch verslappend werkend klimaat,
evenzeer uitlokte tot landbouw en veeteelt als tot zee-
handel, en door zijne veelvuldige afwisseling van ber-
gen en dalen de zelfstandige ontwiklteling van kleinere
afdeelingen des volks in de hand werkte, zonder het
onderling verkeer, dat tot eene ruime uitwisseling van
denkbeelden aanleiding gaf, te belemmeren. Zij kwamen
hierdoor op de baan der beschaving zoozeer vooruit,
dat veel van hetgeen door hen is voortgebracht, vooral
op het gebied der letterkunde, beeldende kunsten en
wetenschap, thans nog nawerkt, en niet zelden als
model wordt gebezigd.
De oudste Grieken, waarvan wij kennis di'agen, kun-
nen teruggebracht worden tot de Phrygiërs, die een
groot rijk hadden gesticht in 't Westen van Klein-Azië.
De stammen, die zich van daar naar Griekenland be-
gaven, en hier werden aangetroffen, toen de Doriërs en
Joniërs er zich kwamen vestigen, worden aangeduid
met den naam Pelasgen. Omstreeks de achtste eeuw
V. C. begonnen de gezamenlijke stammen, in tegenover-
stelling van alle andere volken, die door den naam
barbaren werden aangeduid, zich Hellenen te noemen.
Dien naam geven zij zich nog. Zij worden echter door
de andere volken Grieken genoemd, in navolging van de
Romeinen, die het eerst kennis maakten met een klei-
nen Griekschen volksstam in Epeiros, de Graiken ge-
naamd. Sedert, het jaar 1000 v. C. werd het Grieksche
volk naar zijne drie tongvallen, die ook schrijftaal waren,
in Aeoliërs, Joniërs en Doriërs verdeeld.
Zoowel in het Pelasgische als in het daarop volgende
heldentijdperk, deden de Grieken zich kennen door
ruwe dapperheid, gepaard met groote ontvankelijkheid