Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Somtijds geraakte eene rijke familie, wier leden zich
door bizondere talenten onderscheidden, voor eenigen
tijd tot hoog aanzien, zoodat dezen elkander in de
hoogste ambten, vooral die van suffeet en veldheer op-
volgden. Zoo blonk na den eersten Punischen oorlog de
familie Barkas uit door de voortreffelijkheid van Hamil-
kar, zijn schoonzoon Hasdrubal en zyn zoon Hannibal.
In godsdienstzaken waren de Carthagers, gelijk dat
bij handeldrijvende volken en polytheïsten het geval
pleegt te zijn, zeer verdraagzaam jegens andersdenken-
den. Hun eigen eeredienst echter was barbaarsch, daar
deze ook menschenoffers vorderde. Langzamerhand was
de gewoonte ingeslopen, in plaats van limine eigene
kinderen, vreemde, die zij gekocht, en eenigen tijd
verzorgd hadden, te offeren: maar toen hun, tijdens de
Punische oorlogen, zooveel rampen troffen, begon veler
geweten te spreken, en werden driehonderd eigen kin-
deren van Carthagers vrijwillig als zoenoffer aan de
vertoornde goden aangeboden.
De Carthagers bezaten ook eene letterkunde, waar-
van alles vei'loren is gegaan, behalve één werk van
den suffeet Mago, die omstreeks 600 v. C. leefde; het
handelde over landbouw, veeteelt en boomkweekerij en
werd op last van den Eomeinschen senaat in 't Latijn
vertaald. Er bestaan thans nog maar enlvcle gedeelten
van de Latijnsche vertaling.
De landhuishoudkimde stond bij de Carthagers hoog
aangeschreven; de aanzienlijkste mannen wijdden er
zich aan. Waar het zand der woestijn het niet verhin-
derde, was het gansche land eene aaneenschakeling van
welige akkers, door kanalen besproeid, gaarden met
wijnstokken, olijf- en andere vruchtboomen, weiden,
waar het vee graasde, en prachtige landhuizen. Somber
steekt liierbij af, dat de grond bebouwd werd door
slaven en geketende krijgsgevangenen.