Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
van den koning des lands en bouwde er op de puin-
Loopen van Kambe de stad Kiriath-Hadeshat, die door
de Grieken Karkliedon en door de Romeinen Carthago
is genoemd (800 v. C.).
In de eerste tyden was deze vestiging cijnsbaar aan
naburige horden, en moest zij jaarlijks offergaven aan
de goden harer moederstad zenden. Langzamerhand
echter maakte zij zich vry van de omliggende volken,
begon deze aan zich te onderwerpen, sloot in 509 v. C.
een handelsverdrag met de Romeinen, en nam in bloei
toe, naarmate de Pheniciërs zich uit het westelijk bek-
ken der Middellandsche Zee terugtrokken. Zonder vrees
voor mededinging, versmaadden de Chartagers de Phe-
nicische staatkunde, om door zachtheid bij andere vol-
ken invloed te krijgen, en trachtten zy hun handel door
veroveringen te verzekeren. Zy onderwierpen Sardinië,
Corsika en de Palearen, en kregen zelfs vasten voet
op Sicilië. Van 480—264 v. C. trachtten zij onophou-
delijk dit eiland aan zich te onderwerpen. Niet slechts
de inboorlingen, maar ook de Grieken, die er gevestigd
Avaren, hadden zij hier tegen zich. Ontelbare malen
werden zij geslagen, maar telkens keerden zij met
nieuwe legers terug, en daar de macht der Grieken
begon af te nemen, en de Sicilianen steeds onderlinge
twisten hadden, zouden de Carthagers misschien hun
doel hebben bereikt, indien de Romeinen niet tusschen-
beide waren gekomen. De strijd, dien zij met dit volk
voerden (de Punische oorlogen), duurde van 264—146 v. C.
en eindigde met den geheelen ondergang van Carthago.
Dewijl Carthago veroveringen maakte en koloniën
stichtte, die zich niet zelfstandig mochten ontwikkelen,
maar bezittingen van het moederland bleven, moest
het ook een militaire staat zijn, ofschoon de grondslag
der maatschappelijke inrichtingen de handel was. De
rijkdom stelde het in staat, het noodige aantal huur-