Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
weder de hoofdstad van het Phenicisch staten verbond,
doch toen het weinige jaren later in verzet kwam tegen
Assoer-akhe-idin, nam deze de stad in, sloopte hare
mm-en en voerde een gedeelte harer bevolking naar
Assyrië.
Ondertusschen waren de Phenicische koloniën sterk
achteruitgegaan, üe P]truscische zeemacht bestreed haar
en belette hare uitbreiding in Italië en Gallië, terwijl
de Grieken, na de Sidonische koloniën op de eilanden
in de Egeïsche Zee onderworpen te hebben, vasten voet
verkregen op Cyprus en op Sicilië.
Na den val van Sidon was Tyr weder de voornaam-
ste staat van Phenicië en de eerste handelstad der
wereld. Het kon nog zooveel kracht ontwikkelen, dat
het een dertienjarig beleg uithield tegen Naboe-koedoer-
oessoer en toen met dien vorst een verdrag sloot.
Van de staatsregeling der Phenicische steden is ons
weinig bekend. De staatjes werden geregeerd door
koningen, die beperkte macht bezaten, en hadden zulk
eene overeenkomst van taal, godsdienst, zeden, gewoon-
ten en belangen, dat zij meestal een statenverbond
vonnden.
De nijverheid bereikte bij de Pheniciërs een betrek-
kelijk hoogen trap van ontwikkeling. Zij haalden ge-
weven stoffen uit Egypte, en verkochten die weder, na
ze geverfd te hebben, want in het verven, vooral met
schoone purperkleuren, muntten zij bizonder uit; boven-
dien waren zij ver in het weven van fijne stoffen. (Si-
donische gewaden) en het vervaardigen van glaswaren
en sieraden, zooals: kunstige halssnoeren, snijwerk en
gouden, zilveren en ivoren artikelen.
Naar geestbeschaving streefden de Pheniciërs niet;
hun voornaamste dool was, met hun handel winst te
bejagen, en dit te meer, omdat hun die hoogere kennis
ontbrak, welke in den regel aan de handeldrijvende