Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
prijs werd er gesteld op de krijgsoefeningen: de Per-
zisclie ruiterij muntte uit.
De landbouw was in een vrij goeden toestand. Ook
in Perzië waren besproeiingskanalen gegraven, maar de
hebzucht der vorsten noodzaakte het volk, om ze eerst
tot stand te brengen, en dan nog te betalen om ze te
mogen gebniiken.
Behalve de weverij en ververij, waarmede zich de
annen bezighielden, was de nyverheid van weinig be-
teekenis: de handwerkstand werd geminacht.
Handel en verkeer waren bij dit la-ijgvoerend volk
onbeduidend; wel gingen er koeriers door het geheele
land, doch dit was uitsluitend ten dienste van het hof
Gemunt geld leerden de Perzen eerst bij de Lydiërs
kennen.
De Pheniciërs.
Dit kleine volk, evenals de overige Kanaanieten af-
komstig van de streken aan de Noordzijde der Perzische
golf, en het eerste der oudheid, dat op groote schaal
zeehandel dreef, bewoonde eene smalle kuststreek van
slechts 250 □ G. M. ten. Noorden van Palestina. De
geringe uitgestrektheid van den overigens vruchtbaren
bodem, dien de Pheniciërs bewoonden, dwong velen
hun geluk te beproeven op de ruime, vrije zee, en hierin
werden zij gesteund door goede zeehavens en een ove^--
vloed van voortreffelijk hout voor den scheepsbouw op
den Libanon.
Phenicië bevatte aanvankelijk een groot aantal vis-
schersdorpen, wier bewoners zich ook aan zeeroof over-
gaven en van de kusten, die zij plunderend overvielen,
niet slechts goederen niedevoerden, maar ook menschen,
die zij als slaven in dienst hielden of verkochten. Lang-
zamerhand begonnen zy in te zien, dat een vreedzaam