Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
ieder steeds strijden om het ware en goede te bevor-
deren, zich onthouden van een ongebonden leven, rein
zijn in denken en handelen, en geen onverschillig toe-
schouwer blijven bij het zwoegen en wroeten der boozen.
Daar vuur, aarde en water bij uitstek rein zijn, mo-
gen de lijken noch verbrand, noch begraven, noch in
den stroom geworpen worden. Zij moeten op daartoe
bestemde hoogten worden nedergelegd om door roof-
dieren te worden verteerd. De zielen der vromen ko-
men na het sterven terstond in het zalig verblijf des
lichts, die der zondaars in de onderwereld, waar zij
door booze geesten gepijnigd worden. Maar noch die
hemelvreugde, noch die hellepijn duren eeuwig voort.
Als eens de strijd tusschen goed en kwaad op het felst
woedt, wordt op aarde de zegevierende heiland op boven-
natuurlijke wyze geboren. Dan woi'dt alles door het
reine vuur gelouterd; maar slechts de boozen zullen er
smarten onder lijden, de vromen ondervinden er eene
aangename warmte van. Als door deze loutering al
het booze vernietigd, en de aarde vernieuwd is, vangt
de uitsluitende heerschappij van Ahoera-mazda aan om
nooit weer te eindigen.
Het Mazdaïsme, dat ruim zes eeuwen n. C. voor den
Islam moest wijken, sleept nog heden een droevig be-
staan voort in een paar Perzische gewesten, maar het
leeft nog krachtig onder de naar Indië uitgeweken Par-
sis en blijkt daar nog vatbaar te zijn voor hervormingen.
Vóór Darius I was er weinig regel in het bestuur.
Deze vorst echter verdeelde het rijk in twintig satra-
pieën. Op den duur had deze staatsregeling verderfelijke
gevolgen. Evenals de koning, ging ieder satraap er
eene hofhouding op nahouden. Sidderden de satrapen
in de eerste tijden voor den gevobnachtigde des konings,
die jaarlijks aan het hoofd van een leger door alle pro-
vinciën trok en den satraap kon tuchtigen ofbeloonen;