Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
geeft het liem voor zonsondergang terug: hy moet er
zich 's nachts mede dekken." Eene der redenen, waarom
zoo streng op de viering van den sabbat werd aange-
drongen, was, dat de slaven eene behoorlijke rust zou-
den genieten.
De wetenschappelijke kennis der Israëlieten was zeer
gering: slechts weinigen konden schi-ijven. Bij de Levie-
ten, die tevens rechters en geneesheeren waren, vond
men eenige beginselen van wetenschap.
Hoogere bouwkunst was den Israëlieten geheel onbe-
kend. De tempel van Salomo, die uit het oogpunt der
kunst niet in vergelijking kan komen met die der
Egyptenaren, werd voornamelijk door Phenicische werk-
lieden, onder het opzicht van Phenicische architecten
gebouwd; ook de vaten en sieraden werden door Phe-
nicië geleverd.
De nyverheid stond op een zeer lagen trap. Hot
schijnt, dat de onontbeerlijkste takken van nijverheid
aan slaven werden opgedragen.
De landbouw daarentegen was hoog in eere, en de
grond werd vlijtig bewerkt. Nochtans bestonden er
drukkende bepalingen. Ieder zevende jaar moest een
akker braak liggen, opdat de annen zich zouden kun-
nen voeden, met wat er van zelf op groeide, en op een
zelfden akker mochten geen tweeërlei gewassen te gel\jk
verbouwd worden. Niemand mocht zijn akker verkoo-
pen: men kon hem, hoogstens voor 50 jaren, verpach-
ten, of den priesters schenken. ï'indelijk moest de land-
man behalve de belastingen, die de k(ming hem oplegde,
nog een tiende van zijn oogst aan de priesters afstaan
en offermaaltijden aanricliten, waarbij priesters, wedu-
wen, wezen en vrienden aanzaten.