Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
en de stadsmuren te herbouwen. Van nu af kregen de
schriftgeleerden, die in de door het land verspreide
synagogen onderricht gaven in de „Mozaïsche wet",
zulk een inyloed, dat het volk evenveel eerbied voor
hen koesterde als voor de priesters te Jeruzalem. Zy
hadden zitting in het sanhedrin, een raad, die onder
het voorzitterschap van den hoogepriester — natuurlijk
onder het oppertoezicht van den Perzischen landvoogd —
rechtsprak in kerkelijke en burgerlijke zaken.
Na den dood van Alexander den Grooten, die het
Perzische rijk had vei-overd, kwamen de Joden beurte-
lings onder de heerschappij van Egypte en van Syrië,
en deed zich onder hen de Grieksche invloed gelden.
Maar toen de Syrische koning AntiSchus Epiphanes den
Joodschen eeredienst wilde uitroeien (167 v. C.), voch-
ten zy zich vrij onder de aanvoering der Makkabeën,
lut welk geslacht achtereenvolgens verscheidene leden
als koning, en hoogepriester tevens, den staat regeerden.
Een burgeroorlog gaf aanleiding, dat Pompejus Judea
onder de heerschappij der Romeinen bracht (64 v. C.),
door wier toedoen het geslacht der Makkabeën den
troon moest ontrumien voor den Idumeër Herodes,
bijgenaamd den Grooten (37 v. C.). Deze deed den
tempel van Zerubbabel door een veel prachtigeren ver-
vangen, doch verbitterde het volk door zijne despoti-
sche regeering. Langzamerhand waren onder de Joden
verschillende partijen ontstaan. De Sadduceën vormden
de aristocratie; zij waren den Romeinen toegedaan en
hadden daardoor veel invloed op de regeering. De
Farizeën, stipt op het nakomen van de Mozaïsche wet
en ver\^ild van de meening, dat Israël den voorrang
had onder de natiën, waren het meest gezien bij het
volk. Uit deze party ontstonden de Esseërs, eene soort
van monniken, en de Zeloten of IJveraars, by wie de
liefde tot Jahwe en het vaderland tot dweperij oversloeg.