Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
Jaliwe's rechtvaardigheid te wachten was, doch dat
betere tijden zouden aanbreken, als eenmaal een nako-
meling van David, op wiens regeering men als op eene
gouden eeuw terugzag, over het volk zou komen heer-
schen (Messiaansche verwachting); dat Jahwe's uitver-
koren volk geene verdrukking van een heidensch over-
hoerscher mocht dulden, en dat alleen hulp te wachten
was van Jahwe, die de lotgevallen van mensch en volk
bestuurde, zoodat het nemen van verdedigingsmaatre-
gelen als een bewijs van ongeloof moest worden be-
schouwd. Het geloof, dat Jahwe's volk onoverwinnelijk
was, had eene droevige uitwerking. Jozïa wikkelde zich
overmoedig in een strijd met den Egyptischen koning
Necho en werd verslagen, en in 580 v. C. verwoestte
de Babylonische koning Nebukadnëzar Jeruzalem met
zijn tempel, en voerde hij de kern des volks in bal-
lingschap mede.
Diepen indruk maakten nu de woorden van de pro-
feten Jeremïa, die met velen naar Egypte was uitge-
weken, en Ezechiel, die beiden op deze rampen wezen
als eene- straf van Jahwe voor 's volks zonden, en onder
dezen indruk stelde een Judeër Israels geschiedenis te
boek. ]VIaar de ^lessiaansche verwachtingen bleven be-
staan en werden nog levendiger, toen omstreeks eene
halve eeuw later de Perzische koning Cyrus, na Baby-
Ion veroverd te hebben, aan de Joden (Judeërs), die
intusschen bekend waren geraakt met de Babylonische
beschaving, verlof gaf, naar him vaderland terug te
keeren.
Onder aanvoering van den landvoogd Zerubbabel en
den hooggepriester Jozua maakten duizenden van
die vergunning gebruik. Onophoudelijk gestoord door
de Samaritanen, die zij met trotschheid van zich af-
stieten, en somtijds gewantrouwd door de Perzen, ge-
lukte het hun niet dan met groote moeite den tempel