Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
De twaalf stammen, die door oudsten geregeerd wer-
den, vereerden behalve Jahwe de hun van ouds be-
kende goden (baüls) der overwonnen, of der naburige
volken, en waren zoo naijverig op elkander, dat de
een den ander wel eens beoorloogde of, wat vaker ge-
schiedde, tegen een buitenlandschen vijand in den steek
liet. Somtyds echter gelukte het een heldhaftig man in
den naam van Jahwe eenige stammen te vereenigen en
vreemde indringers uit het land te verdrijven. Gewoon-
lijk bleef de aanvoerder na de overwinning over den
stam of de stammen, die hij had verlost, onder den
titel van schopheet (richter) regeeren.
Gedurende het tijdvak der richteren was er eene
groote vrijheid op godsdienstig gebied, want al werd
Jahwe in 't heiligdom te Silo als hoofdgod vereerd, al
werden zij die van hem afvielen, somtijds door het
zwaard verdelgd, naast hem vereerden zelfs strijders
voor zyne eer verschillende baäls.
Toen omstreeks 1076 v. C. de stammen vreeselijk te
lijden hadden van de invallen der PhiKstijnen en der
Ammonieten, en daardoor de noodzakelijkheid eener
nauwere aaneensluiting werd gevoeld, begeerde het volk
een koning, gelijk hunne naburen hadden, en werd
Saul tot die waardigheid verkozen. Ofschoon Saul aan-
vankelijk voorspoedig was in 't oorlog voeren, kon hy
op den dum- zyn gezag niet handhaven, daar hij twist
kreeg met den profeet Samuel. Profeten waren men-
schen, die in geestvervoering uit naam van Jahwe tot
het volk wisten te spreken en daardoor grooten invloed
verwierven. Zij lieten zich dikwijls in met staatszaken,
hechtten niet veel gewicht aan de uiterlijklieden der
godsvereering, doch drongen, vooral sedert de achtste
eeuw v. C., krachtig aan op de veredeling van het
gemoedsleven. Samuel stichtte profetenscholen, waarin
jongelieden door muziek en dichtkunst in geestdrift