Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
dwongen, die den naam droegen van parascMeten.
De lioogere standen maalsten een ruim gebruik van
de zinnelijke genietingen des levens. Aan de maaltijden
werd een overdadig gebruik gemaakt van spijzen en
dranken, en liet de gastheer de aanwezigen aangenaam
bezighouden door athleten en muzikanten. Ook deed
men rijtoertjes in sierlijke wagens, vermaakte zich met
het balspel of aanschouwde de spiegelgevechten, die
schipjiers, met lange stokken gewapend, in bootjes op
den Nijl hielden. Aan al die uitspanningen namen de
vrouwen met kunstig opgemaakt haar en rijk getooid
met armbanden, halsketens en oorringen, \Tijelijk deel.
Evenals elders hadden er ook in Egypte voortdurend
wijzigingen in de godsdienstige denkbeelden plaats,
maar het oude werd niet door het nieuwe vervangen,
het bleef ernaast gehandhaafd. Zoo vindt men door alle
tijdperken der Egyptische geschiedenis heen de uit het
geloof aan zich vrij over de aarde en in de lucht be-
wegende geesten ontsproteia vereering der dooden, ko-
ningen en dieren, naast zeer verheven godsdienstige
begrippen, die er in 't geheel niet mede overeenstemmen.
Eene afgesloten priesterkaste ontstond in Egypte niet.
De nazaten offerden aan hunne voorouders in de graf-
kelders, waar zij himne gebalsemde lijken (minnmiën)
bewaarden; de staatsbeambten aan de plaatselijke god-
heden en de koningen aan de algemeene landgoden.
Eerst later ontstond een priesterstand, die de heilige
schriften bestudeerde, maar gewoonlijk niet erfelijk was.
In de reusachtige tempels, waarin de goden vereerd
werden, vond men allerwegen beelden, behalve in het
eigenlijke heiligdom, waar alleen de oude fetisli (een
vooi'werp in de natuur, waaraan tooverkracht werd
toegekend), soms een gebalsemd of een levend dier,
werd aangetroffen. Reeds in den tijd van de koningen
van jMemphis ontmoet men in het verhevener deel van