Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
iroxiwde hij hun Egyptische kinderen toe, opdat dezen
de Grielcsclie taal goed zouden kunnen leeren, oin als
tolken dienst te doen. Zijn zoon en opvolger Necho
wilde het eeuwenoude kanaal, dat den oostelijken Nijl-
ann met de Roode Zee verbond en tijdens de heer-
schappij der Hyksos verwaarloosd was, weder bevaar-
baar maken, doch kon dit werk niet voltooien. Eene
poging om Syrië weder onder Egyptische heerschappij
te brengen mislukte evenzeer. Zijn tweede opvolger
werd van den troon gestooten door Amiïsis of Ahmes II
(f 526 V. C.). Deze sloot verbonden met verscheidene
Grieksche staten (Polulcrates van Samos), maakte het
vroeger nooit onderworpen eiland Cyprus schatplichtig
en geraakte in onmin met den Perzischen koning Kam-
byzes, die in het eerste regeeringsjaar van Psamtik III,
den zoon van Amasis, Egypte veroverde en tot een
Perzisch wingewest maakte. Met hoeveel onwil de Egyp-
tenaren dit juk droegen, toch bleven zij eronder gebukt
tot op den tijd van Alexander den Grooten, 333 v. C.
Nog beter dan met de gebeurtenissen, zijn wij be-
kend met het maatschappelijk leven der oude Egypte-
naren. De bevolking bestond uit drie verschillende
stammen: blanken met eene donkere gelaatsldeur en
sluike haren, die de hoogere klassen uitmaakten en de
nationaliteit vertegenwoordigden; kroesharige negers,
die als krijgs- en huisslaven dienst deden, en bruin-
kleurigen, die vooral als landbouwers de eigenlijke
volksklasse uitmaakten, en van wie de tegenwoordige
Fellahs afstammen.
Ieder der nomen, waarin Egypte verdeeld was, stond
onder het burgerlijk en militair beheer, van een land-
voogd, die of erfelijk was, of door den koning werd
aangesteld. Het kerkelijk gezag werd er uitgeoefend
door den hoogepriester des tempels, welke waardigheid
dan eens verkiesbaar, dan eens erfelijk was. De invvo-