Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Pyramide. Terwijl alle anderen volken behalve de Chi-
neezen nog in den toestand van barbaarschheid ver-
keerden, kwamen de bewoners van het Nijldal tot eene
zekere hoogte van beschaving. Niet altijd echter waren
zij in een enkelen staat vereenigd, somtijds bestond
Egypte uit twee of meer rijken. Burgeroorlogen brach-
ten een grooten achteruitgang teweeg, totdat Egypte
opnieuw tot macht en aanzien kwam onder de Farao's
van Thebe. Een hunner, Amenemhat III, liet een dal
in het Lybische gebergte tot een ontzaglijken vergaar-
bak voor water (meer Moeris) inrichten, ten einde de
overstroomingen van den Nijl te regelen, en stichtte
vervolgens (ruim 3000 v. C.) aan de Oostzijde van dat
meer het kolossale paleis, dat eeuwen daarna door de
Grieken onder den naam van labyrinth bekend is ge-
worden. Van twisten over het bezit van den troon
maakten de Hyksos, een herdersvolk, dat uit het Oosten
kwam opdagen, gebruik om zich in Neder-Egypte te
vestigen. Zij maakten een einde aan de heerschappij
der XlVde dynastie en verhieven één hunner tot koning.
Vier eeuwen later, toen zij opgehouden hadden den
godsdienst der Egyptenaren te eerbiedigen, gelukte het
Amösis of Ahmes I van Thebe, den stichter der XVIIIde
dynastie, hen te verdrijven, doch aan een klein gedeelte
hunner gaf hij verlof, zich aan de oevers van het meer
Menzaleh te vestigen.
Amosis en eenige zijner opvolgers gaven Egypte
een uiterlijken glans door hunne krijgs- en veroverings-
tochten. Thoetmes III was de machtigste der Farao's,
zooals blijkt uit de gebeitelde opschriften, die voor
bijna de helft van hem afkomstig zijn. Hij breidde zijne
lieerschap]nj tot nabij den evenaar uit, en terwijl zijne
vloten het oostelijk gedeelte van de Middelland,sehe Zee
beheerschten, trok hij zegevierend langs Gaza en IMe-
giddo naar den Euphraat, en maakte hij Assyric en