Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
van de namen der voorwerpen, die zg voorstellen:
eene hut (kalibi) beteekent K., een leeuw (labo) L.
Uit eene vereenvoudiging van deze figuren ontstond het
hieratisch of priesterschrift, en door hieruit nog korter
vormen af te leiden, het demotische of volksschi'ift.
Te allen tyde had de Nijl een grooten invloed op
het leven der Egyptenaren. Ongeveer anderhalve maand
na de lentenachtevening begint de verschroeiende Avoe-
stijnwind Khamsin te waaien en bereikt het Nijlwater
zijn laagsten stand. Egypte levert dan een droevigen
aanblik op. Met den zomerzonnestilstand breekt de ver-
frisschende Noordenwind door om gedurende vier maan-
den te heerschen. De Nijl begint dan te wassen en
het land verkrijgt een lachend aanzien. Tegen de
herfstnachtevening bereikt de Nijl zijn hoogsten stand.
Het water begint nu te vallen, en zoodra een stuk
grond ervan bevrijd is, kan het bezaaid worden. Om-
streeks den winterzonnestilstand is de Nijl binnen zijne
oevers teruggekeerd en begint het oogsten van de eerst
bezaaide akkers. De oogsttijd duurt dan voort, totdat
de Khamsin zich weder vertoont.
De oudste geschiedenis van Egypte wordt gewoonlijk
in drie tijdvakken verdeeld:
I. Tot Amösis, 1080 v. C.
II. Tot het toelaten van vreemdelingen in Egypte
onder Psamtik I, 005 v. C.
III. Tot de verovering van Egypte door de Perzen
onder Kambyzes, 525 v. C.
Van de oudste bewoners weten wij niets anders dan
dat zij onder de heerschappij van priesters stonden en
tempels en sphinxen, o. a. die bij Gizeh, hebben op-
gericht. Die i)riest(>rheerschappij werd vervangen door
een erfelijk koningschap, dat door Menes te Memphis
gesticht, en door een krijgsadel gesteund wf^rd. Een
z\jner opvolgers was ('heops, de stichter van de grootste