Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
diepte van ongeveer 20 M. onder den beganen grond,
gebakken steenen en potschei-ven heeft gevonden. Daar
nu de gemiddelde verhooging van het Nijldal in die
streken ongeveer 15 c. M. in de eeuw bedraagt, zou-
den die gevonden voorwerpen daar 13000 jaren heb-
ben gelegen. Nu is er op zulk eene berekening wel
iets af te dingen, maar er blijkt toch in ieder geval
uit, dat de Egyptische beschaving van zeer onde dag-
teekening is.
Hetgeen ons van de oude bewoners bekend is ge-
worden, hebben wij voornamelijk te danken aan de
kolossale bouwwerken en gedenkteekenen, die hen
eeuwen lang hebben overleefd, en waarvan de wanden
met beeldhouwwerk, muurschilderingen, wier zes kleu-
ren nog niets van hare eerste frischheid verloren heb-
ben, en een zonderling letterschrift prijken. In het
laatst der vorige eeuw wanhoopte men nog, dit ooit te
ontcijferen, vooral omdat de taal, waarin geschreven
was, reeds tot de doode talen behoorde, en door nie-
mand meer gekend werd.
Daar vond men in 1799 te Rosette een steen, waarop
drieërlei schrift, waaronder ook Grieksch, voorkwam.
Terstond gingen de geleerden aan het werk, en het
gelukte aan de scherpzinnigheid van den Engelsclmian
Young en den Franschman Chamj^ollion een sleutel tot
dat schrift te vinden. Älen begon met de eigennamen,
en zag verder het vermoeden bevestigd, dat het oud-
Egyptisch veel overeenkomst had met het Koptisch,
dat wel sedert byna eene eeuw ook was uitgestoi-ven,
maar waarin nog eene bybelvertaling bestond. Het
bleek, dat de Egyptenaren zich van drie soorten van
schrift hadden bediend: de hieroglyphen, liet hieratische
en het demotische. De hieroglyphen zyn figuren, die
oorspronkelijk denkbeelden, later klankteekens voor-
stelden. Als phonetische teekens zyn zij de beginletters