Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
TW
29
kindsheid staat zij onder liet toezicht van haar vader,
in hare jeugd onder dat van haar echtgenoot, in haar
ouderdom onder dat van haar zoon. Nooit mag zij haar
eigen inzicht volgen. Vrouwen en slaven kunnen vol-
gens de wet niets bezitten; alles wat zij verwerven, is
het eigendom van dengene, wien zij toebehooren. Op
haar achtste jaar kan het meisje aan een vierentwintig-
jarigen, op haar twaalfde aan een dertigjarigen man
ten huwelyk worden gegeven. Indien zij di'ie jaren,
nadat zy den huwbaren leeftijd heeft bereikt, door haar
vader niet ten huwelijk is gegeven, staat het haar vrij,
zelve een man te kiezen van dezelfde kaste, waartoe
zij behoort. Wanneer zy dit doet, is het haar niet ver-
gund de kleinoodiën mede te nemen, die zij van haar
vader of hare broeders heeft gekregen. Daar de vrouw
niet door harde middelen tot haar plicht is te brengen,
zegt het wetboek van Manoe, moet haar echtgenoot
haar gezette bezigheden opdi-agen en haar belasten
met de ontvangsten en uitgaven, het schoonhouden van
huisraad en kleederen en het bereiden der spijzen.
Wanneer haar echtgenoot voor eenigen tjjd op reis
gaat, doet hy wel, haar genoeg achter te laten om van
te leven. In geval hij dit echter niet doet, is de vrouw
toch verplicht hem getrouw te blyven en op eene eer-
lijke manier, b. v. door te spinnen, in haar onderhoud
te voorzien. Eene vrouw, die haar echtgenoot met bit-
terheid bejegent, dient op staanden voet te worden
weggejaagd. Voor de vrouw bestaan er geene bizondere
offers, vrome handelingen of vasten; wanneer zij deugd-
zaam leeft, haar echtgenoot liefheeft en eerbiedigt en
niets doet, dat hem kan mishagen, noch tijdens zijn
leven, noch na zijn dood, zal zij in de zaligheid dee-
len, die hij hiernamaals verwerft. Indien zij haar echt-
genoot overleeft, moet zij ter bereiking van dat doel
ingetogen en eenvoudig leven, en mag zij zelfs den