Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
zooals donker, bliksem, wind, zon, maan, enz., die zij
aan den lichtenden blauwen hemel (dyaus) waarnamen,
en met den naam van dezen wordt nog heden ten dage,
evenzeer in de tempels van Indië, als in de kerken
der Christenen (Zeus, Deus, Dieu), de Schepper des
Lichts aangeroepen.
De Indiërs.
Ofschoon de Indiërs ontegenzeggelijk tot de oudste
volken behooren, waarvan berichten tot ons gekomen
zijn, weten wig weinig van hunne vroegste geschiedenis.
Van de inheemsche bronnen zijn de godsdienstige boe-
ken, de Veda's, de oudste. Zij bevatten hoofdzakelijk
geestelijke liederen, maar geene geschiedenis. Het be-
langrijkst voor de kennis der maatschappelijke toestan-
den der oude Indiërs zijn de zoogenaamde wetten van
IManoe, die waarschijnlijk sedert de zevende eeuw v. C.
ontworpen zijn. Zoowel do Veda's als het wetboek van
Manoe werden door mondelinge overleveringen bewaard
en zijn eerst ;500 j. v. C. opgeschreven.
De Ariërs, die zich in de vlakte langs den Indus
gingen vestigen en onder den naam Hindoes bekend
zijn, bereikten reeds in overoude tijden eene vrij hooge
beschaving. Zij stichtten ook langs den Ganges en zijne
zijrivieren staten, die door vorsten geregeerd werden
en groote steden zagen verryzen, waarin verschillende
takken van nijverheid, vooral het weven van katoenen
stoffen, tot aanzienlijke ontwikkeling kwamen.
Uit den oud-Arischen godsdienst ontwikkelde zich by
hen de vedische, aldus genoemd, omdat wij hem uit
den oudsten veda, don Rigveda, die idtsluitend geeste-
lijke liederen bevat, leeren kennen. De Hindoes ver-
eerden de deva's niet langer als verschijnselen en
krachten in de natuur, maar als wezens met zedelijke