Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Bij de Chineezen, die zoo vroeg tot beschaving
kwamen, neemt men sedert ruim twee duizend jaren
in staatswezen, denkbeelden en nijverheid slechts eene
langzame ontwikkeling waar. Wat hunne verstandige
voorvaderen bedachten en uitvonden, bootsen zij werk-
tuigelyk na, en toch verkeeren zij in den waan, dat
zij de beschaafdste natie zyn.
Zij hebben wel geen adel, en, gelijk het heet, moeten
de „geleerden" (mandarijnen) regeeren; maar in waar-
heid drukt dezelfde slaafsche toestand op alle klassen
van het volk. Al wat nieuw is, wordt zooveel mogelijk
geweerd, slechts op hetgeen stoffelyk voordeel aanbrengt,
prys gesteld. Voor de poëzie, zooals wij die kennen en
waardeer en, blijven de Chineezen koud.
In den jongsten tijd vertoont zich bij dat groote,
vlijtige voor ontwikkeling vatbare volk het begin eener
maatschappelijke omwenteling, die haar ontstaan te
danken heeft aan de omstandigheid, dat honderd dui-
zenden Chineesche arbeiders, om beter in hun onderhoud
te voorzien, zich naar andere landen, vooral Australië
en Californië, begeven, daar nieuwe zaken zien, en
himne verkregen kennis, als zy weder huiswaarts zyn
gekeerd, onder alle klassen verspreiden.
De Ariërs.
Evenals het opgraven van overblijfselen van mensche-
lijke kunst ons bekend heeft gemaakt met de menschen
der steen-, brons- en ijzerperiode, evenzoo heeft de
vergelijkende taalstudie ons de Ariërs doen kennen,
die in overoude tijden het plateau van Pamir bewoonden.
Door de overeenkomst in de spraakkunstige vormen
en een groot aantal woorden van de Indische, Perzische,
Graeco-Latijnsche (Pelasgische), Keltische, Germaansche
en Slavische talen, is het gebleken, dat de volken, die