Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
' 16
hij dat linnen zelf? — O neen, hij ruilt het in tegen
gierst. — Waarom weeft Hioe het niet zelf? — Als
hij dat deed, zou hij zijn veldarbeid moeten verwaar-
loozen. — Bedient Hioe zich van koperen of aarden
potten om zyne spijzen te koken en van een ijzeren
kouter om het land te beploegen ? — Zonder twijfel. —
Vervaardigt hy die zelf? — Wel neen, hij ruilt die in
tegen gierst. — Geeft Hioe zich zooveel moeite om
met de vervaardigers dier wei'ktuigen ruilingen aan te
gaan; waarom maakt hij ze zelf niet? — Hij zal er
geen tijd voor hebben, als hij zich aan den landbouw
wijdt. — Als dat zoo is, hernam Meng-tse, is dan het
bestuur van een staat eene bezigheid, die alleen met
de werkzaamheden van den landbouw vereenigd kan
worden? Sommige zaken worden door uitstekende
mannen, andere door gewone menschen ven-icht.
Iemand die den grond bebouwt, verlii-ijgt door den
ruilhandel de voorwerpen, die alle soorten van werklie-
den voortbrengen. Waart gij verplicht ze zelf te ver-
vaardigen, wanneer ge ze moet gebruiken, zoo hadt
ge nooit gedaan. Daarom wordt er gezegd: Sommigen
arbeiden met hun verstand, anderen met hunne handen.
Zij, die met him verstand arbeiden, regeeren de menschen;
zij, die met himne handen arbeiden, worden geregeerd.
Zy, die door de menschen geregeerd worden, voeden
de menschen; zy die de menschen regeeren, worden
door de menschen gevoed."
„Ziehier hoe ik het beginsel verklaar, dat alle men-
schen medelijden met anderen gevoelen. Ik veronderstel,
dat menschen plotseling een jong kmd zien, dat op
het punt is in een put te vallen. Op hetzelfde oogenblk
ondervinden zij een gevoel van vrees en verborgen
medelijden in hun hart, en zij hebben dit gevoel niet,
omdat zij vriendschapsbetrekkingen met den vader en
de moeder van dat kind wenschen aan te knoopen.