Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
macht staat der menschen, wier beschaafd verstand
zich boven het alledaagsche heeft verheven. Wat het
gewone volle betreft, indien dat de dingen derft, welke
voor het leven onophoudelijk noodig zijn, zoo mist het
ook eene steeds gelijkmatige en deugdzame ziel ....
Indien het dan tot de misdaad vervalt door zich tegen
de wetten te verzetten, stelt men vervolgingen in, en
doet men het lijfstraiïen ondergaan. Dat is het volk
met netten vangen. Zou een vorst, die in waarheid de
deugd der menschlievendheid bezit, zoo laag kunnen
wezen, het volk aldus met netten te vangen?"' — De
koning van Thsi vraagde aan Meng-tse: „Is het waar,
dat Tching-thang (de stichter van de tweede Chineesche
dynastie) Kie (den laatsten koning der eerste dynastie)
onttroonde en hem in ballingschap zond, en dat Woe-
wang (de stichter der derde dynastie) Cheoe-sin (den
laatsten koning der tweede dynastie) ter dood bracht?"
Meng-tse antwoordde met eerbied: „De geschiedenis
meldt het." De koning zeide: „Heeft een staatsdienaar
of onderdaan het recht zyn vorst te onttronen of te
dooden?" Meng-tse hernam: „Wie de deugd verkracht,
is een roover; wie het recht verkracht, een tiran. Een
roover en een tiran zijn altyd bizondere personen.' Ik
heb gehoord, dat Woe-wang een bizonder persoon,
Cheoe-sin genaamd, heeft omgebracht; ik heb nooit
gehoord, dat hij zijn vorst vermoord heeft."
De wijsgeer Hioe liet Meng-tse vragen of de koning
van Theng wel een wijs vorst was, daar deze aan
anderen overliet, het land te bebouwen en zijne spyzen
te bereiden. Meng-tse vraagde den overbrenger der
boodschap: „Hioe zaait voorzeker zelf de gierst, waar-
mede hij zich voedt? — Ja. —- Hioe weeft voorzeker
zelf het linnen, waarvan hij zijne kleederen vervaardigt ? —
Volstrekt niet. Hioe di-aagt wollen kleederen. — Draagt
Hioe eene muts? — Ja, eene van linnen. — Weeft