Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
dierengestalten aan te nemen, waren zij niet zichtbaar,
wel waarneembaar. Al de geesten waren dienaren van
Thian. Eooze kwamen er niet onder hen voor; allen
waardeerden den mensch naar het zedelijk góede.
Een priesterstand was in China geheel onbekend.
De eeredienst was eene staatszaak. Een der zes minis-
ters hield er het toezicht op en had alle beambten,
die eraan verbonden waren, zelfs de toovenaars, waar-
zeggers, geestenbezweerders, dansers en muzikanten,
onder zijne bevelen. De geesten werden door offers en
gebeden vereerd. Het gebed Avas vry, d. i. ieder kon
bidden tot den geest, dien hij verkoos; maar voor het
offeren bestonden beperkende bepalingen. Alleen de
keizer offerde aan Thian; niemand dan hy en de leen-
vorsten offerde aan den geest der aarde. De keizer
offerde in de open lucht, ieder ander in tempels, die
meerendeels aan de geesten van afgestoi-venen waren
gewyd.
In het laatst der zesde eeuw v. C. stond Kong-tse
(Confucius f 478) als hei-vormer onder de Chineezen op.
Hij deed zich voor, als wilde hij slechts de leer der
vaderen in eere herstellen, maar in werkelykheid was
het zijn streven om het volk verstandelijk en zedelyk te
verbeteren. Hij drong aan ojj de handiiaving der oude
gebruiken en op de vereering der geesten, doch zóó,
dat men b. v. in tijden van schaarschte de levenden
niet moest laten lijden door het brengen van offers
aan de dooden. Met het bovennatuurlijke, zooals het
onderzoeken naar het wezen der hemelsche geesten,
hield hij zich niet op. Wel spreekt hij van de bevelen
en bedoelingen van Thian, maar hij wijst er nadruk-
kelijk op, dat het lot der menschen hoofdzakelijk van
hunne eigene handelingen afliangt. Aan gebeden hecht-
te hij weinig waarde, des te meer aan daden, dewyl
naar zijne meening de goeden door voorspoed beloond.