Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
233
Sedert Caesar deed zich de invloed der Romeinen
onder de Duitschers gevoelen. Hier en daar werden
deelen van het woud geveld en in bouwgrond herscha-
pen, door moerassen en bosschen heirbanen aangelegd
om de Romeinsche castra te verbinden, en op gunstig
gelegen plaatsen steden gesticht, waar de Romeinen
hun bestuur, hunne rechtspraak en hunne taal invoer-
den. Bovendien namen aanzienlijke Germanen dienst
in de Romeinsche legers en streefden zij naar de eer,
het Romeinsche burgerrecht te verkrijgen. De zucht
naar onafhankelijkh(?id der strijdbare Germanen en de
toenemende verzwakking van het rijk der Romeinen
waren echter oorzaak, dat dezen er slechts in slaagden
zich aan de zoomen van Duitschland te vestigen.
Langzaam ging bij de Germanen de beschaving voor-
xiit. Afgezonderd en verstrooid vestigden een aantal
door bloedverwantschap verbonden gezinnen zich op
eene plaats, waar eene bron of beek met weide- en
bouwgrond eene geschikte woonplaats aanbood. Daar
bouwde ieder zijne door een omtuinden hof omgeven
hut van hout en klei. Tegen de winterkoude zocht me-
nigeen beschutting in een overdekten kuil. De bewo-
ners waren verdeeld in vrijen, die in het bezit van alle
burgerlijke en staatkundige rechten waren, en onvrijen,
die buiten de wet stonden. De stand der onvrijen, die
dien der vi-ijen op den duur in aantal ver overtrof,
splitste zich in hoorigen of Uten en lijfeigenen of sla-
ven. De lyfeigenen, oorspronkelijk krijgsgevangenen,
werden op ééne lijn gesteld met huisdieren en waren
het eigendom van hun heer, die hen ongestraft kon
mishandelen en dooden. De hoorigen, veelal de over-
wonnen bewoners eener veroverde landstreek, kregen
van hun heer akkers in vruchtgebruik, waarvoor zij hem
een gedeelte van de opbrengst moesten afstaan, en bo-
vendien heerendiensten voor hem verrichten. Zy misten
1