Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
232
(Je gladiator, de Ilercides van Farnese, de Venns van
Medici, de Apollo van Belvedère en de groep van
Laoc'Óon. Vermoedelijk zijn deze kunststukken naboot-
singen van Grieksche meesterstukken. De schilderkunst
(waterverf met gom) werd te Rome bijna uitsluitend
door Grieken beoefend. Merkwaardig zijn nog de over-
blyfselen van gesneden steenen (cameeën) en vooral het
prachtige mozaïek. De lievelingsmuziek der Romeinen
was de krijgstrompet, maar de Grieken deden toch
hunne blaas- en snaarinstrumenten ingang vinden te
Rome.
De Germanen.
Onder Germanen, een naam, die waarschijnlijk na-
buren beduidt, en dan het eerst gebruikt is door de
Galliërs ter aanduiding van de volken, die ten O. van
hen woonden, verstaat men de reeds voor en bij de
volksverhuizing genoemde Teutonen, Kimbren, Goten,
Wandalen, Sueven (Zwaben), Langobarden, Alejnannen,
Markomannen, Bourgondiërs, Saksers, Franken, enz.
alsmede de Skandinaviërs, Cheruskers, Friezen, Bata-
vieren, enz. Van de Arische volken, die ver naar het
Westen trokken, vestigden zich de Graeco-Latijnen in
Zuid-, de Kelten, gevolgd door de Slaven, in Midden-,
en dat gedeelte der Germanen, waaruit de Skandina-
viërs en waarschijnlyk ook het meerendeel der Duit-
schers ontstonden, in Noord-Europa. Uit Skandinaviö
hebben zich vele scharen Germanen naar Duitschland
begeven, dat toen een onmetelijk woud was, en waar
zij zich eene woonplaats moesten veroveren op den beer
en den oeros, terwijl zij de Kelten meer en meer naar
Gallië drongen. Met den tocht der Kimbren en Teuto-
nen naar Italië treden de Germanen het eerst in de
geschiedenis op.
i