Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
223
ger onderwijs te zorgen, door geleerde mannen op eene
vaste jaai'wedde als onderwijzers aan te stellen, en Ha-
drianus stichtte te Eome de eerste hoogeschool (Athe-
naeum). Sedert Valentinianus I (1375) strenge verorde-
ningen voor deze hoogeschool vastgesteld, en bepaald
had, dat de studenten op hun twintigste jaar gereed
moesten zijn om den staat te dienen, heerschte er meestal
eene goede tucht. Anders was dit te Carthago, Athene,
Beiroeth en Constantinopel, waar de studenten bizondcr
veel werk maakten van het plagen der groenen. Bjj de
studie werd op rechtskennis en welsprekendheid de
meeste prijs gesteld.
In de kennis van de volkshuishoudkunde brach-
ten de Romeinen het slechts weinig verder dan de
Grieken. Cicero wees erop, hoe het financieel belang
van de verschillende landen samenhangt, hoe eene sto-
ring in 't evenwicht van de geldmarkt voor 't algemeen
nadeelig werkt en hoe de maatschappy gebaat wordt,
als er door vlijt en spaarzaamheid wordt gestreefd naar
het verkrijgen en behouden van kapitaal; daarentegen
achtte ook hij de slaverny noodzakelyk en rechtmatig,
en handwerken en kleinhandel voor een vrye verachte-
lijk. Deze meening was bij de Romeinen zoo ingewor-
teld, dat de vele burgers, die geen land meer bezaten,
liever ledig rondliepen, dan door die middelen in hun
onderhoud te voorzien. Zij waren ook weinig winstge-
vend, daar de bezitters van slaven door dezen alles in
huis lieten gereed maken, en wegens hun grooten stoet
het benoodigde in 't groot opdeden. Voornamelyk hiel-
den vrijgelatenen er zich mede bezig. De staat had
voerlieden, schippers, fabriekarbeiders en andere hand-
werkslieden in dienst. Sedert keizer Constantijn werden
sommige ambachten eene soort van erfelyke kaste. De zoon'
eens bakkers b. v. moest ook bakker worden en mocht
slechts met eene bakkersdochter huwen. De wetten