Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
221
weelde toenam, vond men in de huizen der gegoeden
badkamers en in den keizerstijd werden de prachtvolle
thermen opgericht, waar men alle mogelijke soorten van
warme en koude baden kon nemen, en sierlijke lees-
kamers, bibliotheken, galerijen van beeldende kunst
enz. aantrof.
Dewyl de wegen, met uitzondering van de heirbanen,
slecht, de rijtuigen ongeriefelijk en de herbei-gen,
zelfs aan de groote wegen, zonder de gemakken waren,
die een welgesteld man thuis genoot, reisde men
alleen uit noodzakelijkheid, hetzy in zijn eigen wagen,
hetzy in een hmu-rijtuig, dat in alle groote steden te
krijgen was. Onder aanzienlijken van verschillende
steden bestond gewoonlijk eene overeenkomst, elkander
wederkeerig gastvrijheid te verleenen, zoodat zy de
herbergen, waarvan geringeren zich moesten bedienen,
meestal niet noodig hadden. In de thermen te Rome,
die druk bezocht werden, omdat zij alle genietingen
des levens aanboden, kon een vreemdeling van aanzien
licht een gastheer vinden. De weelde nam zoo toe, dat
Pompejus en Cicero, een onverwacht bezoek bij Lucul-
lus afleggende, en familiaar bij hem blijvende eten, een
maaltijd met hem gebruikten, die by na ƒ 18,000 kostte,
terwyl de aanzienlijken, om zich te vermaken, er dwergen,
stom])zinnigen (cretins) en potsenmakers op nahielden.
Om snel berichten uit de verschillende oorden des
rijks te kunnen ontvangen, stelde Augustus p o s t e r ij e n
in: eerst met voetboden, later met rijtuigen. Daar ech-
ter de liiertoe benoodigde paarden, muildieren en ge-
bouwen door de gemeenten moesten geleverd worden,
en alleen hooge ambtenaren en krijgsoversten er als
vervoermiddel gebruik van mochten maken, was die
inrichting zeer drukkend en de oorzaak van den onder-
gang van menig gezin. Vooral werd er veel door ge-
leden, toen Constantius aan de bisschoppen, die troeps-