Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
220
gasten ontving. Langs de wanden van de voorzaal
(atrium), vi-oeger liet middelpunt van liet huiselijk leven,
en waarin zich nog steeds een regenbak bevond, had
men de deuren, die tot de bibliotheek, de pinacotheek
(schilderijenkabinet), de dagelijksche eetkamer, de slaap-
kamers, enz. den toegang verleenden. In aanzienlijke
huizen vond men achter het atrium nog een binnenhof,
omgeven door zuilengangen, om welke weder kleine
vertrekken waren aangebracht. Jlidden in den binnen-
hof bevond zich een vijvertje door bloemperken omge-
ven. Daar de aanzienlijke Romeinen het overeenkomstig
hunne waardigheid hielden, een groot aantal personen
op het morgenbezoek te ontvangen, wisten zij met dat
doel een aantal ledigloopers aan zich te verbinden door
hun na ieder bezoek een kor^e met spijzen of som-
tijds geld te schenken. Het stond voornaam als
zulke personen, cliënten genoemd, vooruit gingen en
ruimte maakten, wanneer mon over pleinen of door
straten liep.
Op de landgoederen vond men de woningen van den
bouwknecht en de arbeiders met de schuren, veestallen,
wijnkelders enz. om een open plein geschaard, in het-
welk de waterputten waren gegraven. Ook vond men
er voor de slaven eene gevangenis, gedeeltelijk onder
den grond. Op eenigen afstand van de boerderij bevond
zich de prachtige villa, ruim voorzien van alles, wat
voor een weelderig leven vereischt werd, o. a. zalen
voor het balspel en voor lichaamsoefeningen, een belve-
dère, vijvers voor de kostbaarste rivier- en zeevisschen,
volières, hokken om slakken en veldmuizen te mesten
enz. Gewoonlijk hadden de aanzienlijken hunne graven
op hunne landgoederen.
Het baden was voor de Romeinen van de oudste
tijden af eene levensbehoefte. Reeds vroeg hadden zij
inrichtingen voor koude en warme baden. Toen de