Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
212
vi-ijheid, waarmede zij toch niets wisten aan te vangen,
varen, en onderwierpen zij zich aan den een of anderen
invloedrijken grondbezitter, die hun een stuk lands
aanwees, dat zij mochten bebouwen, maar niet verlaten,
en van welks opbrengst zij den eigenaar een gedeelte
moesten afstaan (henefidim)] anderen ontweken de
zorgen, voor hen aan de vrijheid verbonden, in de tal-
ryk wordende kloosters.
De opvolger van Constantius was Julianus (361—363),
die, vol bewondering voor de heidensche dichters en
wijsgeeren, weigerde het Christendom aan te nemen;
men gaf hem den bijnaam Apostata (den Afvalligen).
Hij schafte den overtolligen hofstaat af, leefde zeer een-
voudig, en herstelde door eene onpartijdige rechtsple-
ging het gezag der wetten. Hij sneuvelde in een strijd
tegen de Perzen, wier voortdurende invallen niet weinig
toebrachten aan het verval van het Romeinsche rijk.
Zijn opvolger stond den Perzen vijf provinciën af.
XI. Van de splitsing van het keizerrijk tot den ondergang van
het Westromeinsche rijk (364—476).
Valentinianus I, door zijne legioenen tot keizer ver-
heven, nam in 364 zijn broeder Valens tot mederegent
aan. Deze zou het Oosten, hij zelf het Westen regeeren.
Van dezen tijd af bleven, op een paar uitzonderingen
na, de beide deelen van het rijk gescheiden. Meer en
meer werd het onderscheid tusschen de Latijn en de
Grieksch sprekende volken gevoeld, en begon men Con-
stantinopel als het middelpunt van het Oosten, Milaan of
Trier als het middelpunt van het Westen te beschouwen.
Tijdens de regeering dezer keizers begon de Volks-
verhuizing (375). Ten Noorden van China leefden
sedert eeuwen de Hunnen, een onbeschaafd volk van het